Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ehre und die Last dieser Aushebungen fiel allein der nichtjüdischen Bevölkerung Palastina's zu. Die Juden waren davon befreit"'). Ware Cornelius aanvoerder van ééne dezer troepenafdeelingen geweest, dan zou het denkbaar en mogelijk zijn, dat het Arameesch zijne moedertaal was geweest. Nu echter is dit niet waarschijnlijk. De mogelijkheid laat zich echter voorstellen, dat hij het Arameesch in Caesarea |had geleerd. Zijne genegenheid tot de Joden en tot hunnen dienst van God, Hand. 10 : 2, 4, 22, 30, konde dit doen vermoeden. En blijkbaar had Cornelius reeds jaren in Caesarea gewoond, Hand. 10 : 22, 24, 272). Maar deze veronderstelling is toch niet noodzakelijk. Omdat aangenomen mag worden, dat ook wel in Caesarea, welks „Bevölkerung eine vorwiegend heidnische war", zij het ook „mit Beimischung eines starken jüdischen Bruchteils"3), synagogen van Grieksch sprekenden geweest zullen zijn, daar deze zelfs in Jeruzalem niet ontbraken, Hand. 6 : 94). En dat hier niet gedacht behoeft te worden aan het leeren van het Arameesch door Cornelius, valt ook daaruit afteleiden, dat Lucas van hem schrijft, dat hij met zijn geheele huisgezin, ovv navxl r<£ oïxq> avxov, Hand. 10 : 2, den Heere vreesde. Hoevele personen tot zijn gezin behoorden, weten we niet. Hand. 10:7 zegt, dat hij óvo t<öv oixeröv naar Petrus zond. Hij had dus meer oixetai, huisslaven. Zouden nu allen, die tot zijn gezin behoorden, Arameesch geleerd

') E. Schürer, a.w. I, S. 459 f. Daarom bestrijdt E. Schürer de historiciteit van Lucas' bericht over Cornelius' bevelhebberschap van deze Italiaansche cohorte, a.w. I, S. 462 f. „Die Erzahlung vom Hauptmann Cornelius steht also auch in dieser Hinsicht unter dem Verdacht, Verhaltnisse einer spateren Zeit in eine frühere zurück verlegt zu haben", S. 463. Maar waarom niet aangenomen, dat Lucas hier iets mededeelt, dat ons van elders niet bekend is? Ook H. H. Wendt schrijft: „In Judaa standen Auxiliartruppen, die in der Regel aus Provinzialen gebildet wurden. Doch ist nicht ausgeschlossen, dass eine einzelne Cohorte soldier Truppen aus Italischen FreiwiUigen bestand", Die Apostelgesch.6, S. 178. Zie ook Th. Zahn, Die Apostelgesch. S. 343.

2) Ook Th. Zahn schrijft: „Eine langere in Casarea verlebte Dienstzeit muss Cornelius hinter sich gehabt haben". Die Apostelgesch. S. 343.

3) E. Schürer, a.w. II, S. 136 f.

«) Vgl. E. Schürer, a.w. II. S. 87.

Sluiten