Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hand. 11 : 12, vgl. 10 : 23, die maar als gewone geloovigen schijnen geweest te zijn, hebben blijkbaar in dit Grieksche verkeer te Caesarea en met Cornelius en de zijnen geen bezwaar gezien, omdat ook zij het Grieksch voldoende voor de conversatie kenden. Een en ander stemt overeen met hetgeen we tevoren aangaande de algemeene kennis van het Grieksch in Palestina destijds, vonden, en bevestigt dat, en wordt op zijne beurt daardoor bevestigd.

Wat we aldus omtrent Petrus' kennis der Grieksche taal ons duidelijker aangewezen zien, mogen we echter als ook van de andere elf discipelen en Apostelen des Heeren geldende, aannemen. Zij kwamen uit vrijwel dezelfde omgeving, en leefden onder gelijke omstandigheden. En met den Heere Jezus was het niet anders. Toen Hij sprak met den bezetene van Gadara, Matth. 8 : 28 vv„ en de Gerazenen, Mare. 5 : 1 vv., met Hem, is dat wellicht in het Grieksch geschied, gelijk met nog grooter waarschijnlijkheid mag aangenomen worden van Zijne samenspreking met de Syrophenicische, Mare. 7 : 26. Pilatus' ondervraging van den Heere, en 's Heeren beantwoording daarvan, Matth. 27 : 11 w.; Joh. 18 : 33 vv.; 19 : 8 vv., zullen eveneens in het Grieksch hebben plaats gevonden. Van eenigen tolk tusschen hen blijkt niets. De onmiddellijkheid van 's Heeren woord zal Pilatus te dieper 's Heeren grootheid en majesteit hebben doen voelen. Ook de korte vragen van Pilatus aan de schare, en haar antwoord daarop, Matth. 27 : 17, 21—23, en zijne daad met zijn woord in vs. 24, en het bescheid daarop van het volk, vs. 25 ; vgl. ook Mare. 15:2 vv.; Luc. 23 : 1 vv.; zijn van dien aard, en maken den indruk, dat Pilatus en de schare rechtstreeks, zonder tusschenpersoon als tolk, met elkander in verbinding geweest moeten zijn, zoodat de schare Pilatus' Grieksche vragen en antwoorden wel verstaan, en zelve daarop in het Grieksch antwoord gegeven moet hebben. Is dat juist, dan blijkt ook aldus, dat de Jeruzalemsche inwoners over het algemeen het Grieksch zoowel hebben kunnen spreken als verstaan.

Sluiten