Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeldheid niet komt ten laste der Chr. Geref. Kerk; dat zij de wettige voortzetting van de Kerk van 1834 is, en dat alle Gereformeerden geroepen zijn, zich te voegen tot de Chr. Geref. Kerk. Terwijl er voorts in de Geref. Kerken naar het oordeel der Synode in de practijk vele afwijkingen zijn. Om bovengenoemde redenen kan naar uitspraak van haar Synode de Chr. Geref. Kerk riirnmer samengaan met de Gereformeerde Kerken1). De Synode der Geref. Kerken besloot daarop, vooreerst althans geen pogingen aan te wenden, om ook maar tot voorloopige correspondentie of bespreking van de mogelijkheid van billijk samenleven te komen2).

De Synode der Geref. Gemeenten antwoordde in 1908 al even teleurstellend. Ook zij ziet eenheid als plicht en ideaal. Maar bij de vraag, of de Geref. Kerken zijn te beschouwen als het lichaam Christi, blijft haar het „ja" in de keel steken. Want de practijk kan zoo geheel anders zijn dan de schoone belijdenis. En de Synode vreest, dat zulks de Geref. Kerken ontsiert; als Kerke Christi haar karakter doet verliezen. Daarom ligt naar het oordeel der Synode vereeniging met de Gereformeerde Kerken verre8).

Het is niet te verwonderen, dat de Synode der Gereformeerde Kerken in 1914 besloot, de veeljarige pogingen voorloopig te staken, maar aan te dringen op plaatselijk elkander zoeken *).

*) Acta Gen. Synode Geref. Kerken 1911, Art. 23, Bijlage B.

a) Acte 1911, Art. 23.

*) Acte Gen. Synode Geref. Kerken 1908, Art. 40, Bijlage XlXa.

*) Acte 1914, Art. 33.

Sluiten