Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christendom van thans"1). Wie met dat volk Gods en wie met dat juichende Christendom door den feestredenaar werden bedoeld, zal ook zonder nadere aanduiding wel duidelijk zijn. Onder déze dragers van den Gereformeerden naam overheerscht de overtuiging, dat een diepe klove ons van elkander scheidt; samenleven wordt zelfs niet begeerd, omdat het gevoelen de overhand heeft, dat wij anderen zijn dan zij.

Van de zijde der Chr. Geref. Kerk is het onoverkomelijke bezwaar, dat het werk van 1892 ongeoorloofde vereeniging is geweest; als er ooit vereeniging zal komen, dan kan het alleen gebeuren langs dezen weg, dat alle Gereformeerden wederkeeren tot de Chr. Geref. Kerk, die dè Kerk van Christus is.

Op den jongsten Schooldag dezer Kerk in Apeldoorn heeft een der sprekers, Ds H. Visser van Leeuwarden, dat nog eens onomwonden gezegd, toen hij de gelijkstelling aandorst: „Jeruzalem de geestelijke stad des Heeren.... de heilige algemeene Christelijke Kerk, belichaamd in de Chr. Geref. Kerk" 2).

Zoolang de geest onder de Chr. Geref. broeders zóó is, mag men op samenleven niet hopen. Zoolang het woord blijft gehandhaafd, officieel uitgesproken ter Synode van de Chr. Geref. Kerk, dat deze Kerk nimmer kan samengaan met de Geref. Kerken, is er op hereeniging van wat bijeen hoort en nu uiteengeslagen ligt, geen hoop.

*) „De Standaard", 10 Juni 1930. ») „De Standaard", 12 Juni 1930.

Sluiten