Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den lezer Loosjes' overige leven al spoedig uit het oog doen verhezen. En nu ik daarvan nog moet handelen, zijn mij maar weinige bladzijden ruimte meer gelaten. Gelukkig behoef ik hier ook niet lang te zijn, immers heb ik geen groote lotswisselingen en haast geene publieke gebeurtenissen te vermelden.

Het openbare en huiselijke leven van onzen vriend mag ik brengen onder het ééne algemeene gezichtspunt van een hoogst voorspoedig leven. Hoewel niet sterk van gestel en teer van hchaamsbouw, mocht hij zich in eene doorgaande goede gezondheid verheugen en b. v. in zijn 25-jarige herdenkingspreek getuigen, dat hij in al die jaren slechts éénmaal wegens ongesteldheid eene preekbeurt had behoeven over te dragen. Tijdelijke zorgen — zegt hij daar ook zelf — heeft hij nooit gekend ; te minder, denk ik, omdat hij op zijn geldzaken even^ veel orde had als op zijn boeken. In zijn echtelijk leven was hij zeer gelukkig en — felix liberis.

Loosjes is tweemaal gehuwd geweest, eerst, van 1852 tot 1862, met vrouwe Margaretha van Geuns, uit welk huwelijk, behalve een dochtertje dat maar korten tijd leefde, de tegenwoordige, in de letterkundige wereld ook reeds met onderscheiding bekende doopsgezinde predikant te Sneek, Vincent Loosjes, gesproten is; daarna met vrouwe Elisabeth Henderika Bavink, die van 1864 tot zijnen dood voor hem eene flinke en zorgzame gade was en hem ééne dochter en zes zonen schonk, van welke nog vier zonen in leven zijn, allen in de rechten gepromoveerd, t. w. Cornelis Loosjes, referendaris aan het Ministerie van Justitie, Elisa Hendrik Loosjes, die zich tot rechterlijk ambtenaar vormt, Jacob Loosjes, Commies aan het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, en Peter Loosjes, advokaat te Amsterdam.

Sluiten