Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen heeft en op dit besluit nooit is teruggekomen. Eindelijk heeft zijn zenuwgestel menige ure zijns levens verdonkerd, hem in 't algemeen het staan op den kansel op den duur onmogelijk gemaakt en een lagere staanplaats in de godsdienstoefeningen der gemeente doen kiezen, en eenmaal zelfs hem ernstig er over doen denken of hij zijne bediening te Amsterdam niet met die in eene kleinere gemeente, die hem beroepen had, moest verwisselen.

Toen 24 September 1893 zijn rusttijd gekomen was, heb ik in stilte behoord tot degenen die beducht waren dat deze geen langen duur zou hebben. Ik vreesde, dat als de heilzame afwisseling, de lichamelijke beweging van het pastorale werk hem zouden komen te ontstaan, de onmatig gebruikte studeerkamer wel eens zijn levenseind zoude kunnen verhaasten. In zoover heb ik mij gelukkig bedrogen, is namelijk zijn algemeene kracht sterker gebleken dan ik dacht, dat hij nog 7 gezonde rustjaren genoten heeft. Arbeidde hij in de tweede helft van deze jaren anders niet meer voor de pers, op mijn verzoek schreef hij nog nu en dan in het doopsgezinde weekblad De Zondagsbode korte woorden ter nagedachtenis van gestorven tijdgenooten onder de doopsgezinde leeraren, altijd even typisch gesteld, altijd verlevendigd door kleine sprekende herinneringen die hij alleen had bewaard. Maar toen op een kwaden avond — hij had, meen ik, in 14 dagen meer dan duizend in zijn bezit zijnde brochures geordend en gecatalogiseerd - geschiedde het niet onvoorziene. Een lichte aanval van zenuwberoerte sloeg hem terneer. En alle goede zorg, dieet, zelfbeperking en buitenverblijf konden niet verhinderen, dat zulke aanvallen zich nu en dan herhaalden, totdat hij in 't laatst van 1901 aan de linkerzijde met verlamming geslagen werd. Wij

Sluiten