Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachten toen dat het einde gekomen was. Zacht-gestemd droeg hij mij op, zijn gemeente te danken voor al het goede dat zij hem bewezen had, en tot zijnen oudsten zoon sprak hij: „Ik weet wel, ik heb van mijne hersenen te veel gevraagd. Och, wat zal ik zeggen? De een heeft pleizier in uitgaan en dergelijke dingen, ik had het niet, en ik geloof dat mijne keus nog niet de minste was. Ik heb niet te klagen, ik heb veel goeds in mijn leven ondervonden". Maar hij bekwam ook nog van dezen slag, keerde nog zelfs, zoo niet tot lezen dan toch tot kennisneming van lectuur door voorlezing terug. Met bewondering voor den vorm en voor de kennis waarvan ze bhjk gaven, sprak hij mij nog van Tiele's Hibbert-Lectures. Eerst op 21 Juni 1902 is hij te Bloemendaaal in eene gehuurde woning ontslapen.

Op een heerlijken zomerschen morgen, Dinsdag 24 Juni d. v., vertrouwden wij op het Schoter kerkhof bij zijn geliefde Haarlem, de stad zijner jeugd en zijner hope, het stoffelijk overschot van A. Loosjes aan de aarde toe. Zijn vroegere ambtgenoot, de rustende leeraar T. Kuiper herdacht hem met een treffend woord. Ik mocht den afscheidsgroet zijner gemeente en van haren kerkeraad in woorden brengen. Ds. Vincent Loosjes betuigde allen aanwezigen dank. Voor mij zeiven sprak ik nog, met dien levenden nadruk, dien alleen de vereenigde gedachte aan de rusteloosheid van dezen geest, aan zijn Godsvertrouwen en vaste hope des eeuwigen levens, en aan de genegenheid die hij mij bewezen had, der afgesleten zegenbêe verleenen kon, een Reguiescat in pace uit.

P. FbenstbaJe.

Sluiten