Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming ? Sinds enkele jaren huldigt zij zelve in haar reglement de tweede opvatting; vroeger steeds de eerste; doch telkens zonder de tegenovergestelde volstrekt buiten te sluiten. Maar wat deren ons bij onze volledige vrijheid van beweging zulke louter formele vragen! De Sociëteit is al meer geworden en gebleven het opgericht teeken van de geestelijke eenheid der broederschap; het middelpunt, om hetwelk — deze dag bewijst het wêer — al onze gemeenten zich scharen.

Uit het verleden der Sociëteit treden van zelf op den voorgrond het Seminarie en de rij zijner hoogleeraren. Om dat Seminarie was het bij de oprichting vooral te doen geweest. De opheffing daarvan, hadden de stichters betoogd, zou onvermijdelijk tot het verval van „het doopsgezind lichaam" leiden. Zij zagen volkomen juist. Verviel de afzonderlijke opleiding voor onze aanstaande predikanten, dan zou dat onderwijs ophouden, 'twelk deze niet kunnen missen, maar de universiteit hun niet bieden kan: dat in de leer der evangeliebediening bepaald naar onze behoeften, in de kennis van ons verleden, in eene geloofsleer niet geheel buiten den invloed staande van onze traditie. Dan zou de band, door gezamenlijke opleiding gelegd, wegvallen. Maar erger, dan zou scheiding komen tusschen de eene helft der gemeenten, die dan wel predikanten zou moeten kiezen uit andere kerkgenootschappen, het zekerste middel om die genootschappen allengs samen te smelten; en de andere helft, die misschien weer ongestudeerden zou gaan aanstellen. Zulk eene opleidingsschool naast de universiteit kan in geene kerkgemeenschap, die haar afzonderlijk bestaan wil handhaven, worden gemist.

Van de hoogleeraren — ik spreek natuurlijk niet over de levenden — waren de beide eersten, Gerrit Hesselink en Rinse Koopmans, even bekwame als beminlijke mannen; sterk antidogmatisch zonder eigenlijk „neologen" of rationalisten te zijn. In het zichtbare naast ons, niet in het onzichtbare in ons vonden die liberale dissenters van

Sluiten