Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET JODENPROBLEEM IN JOODSCH LICHT

ALS, in de dagen van ouds ons, Joden, benauwdheden overvielen of bittere vervolgingen ons deel waren, was het in levendig besef onzer persoonlijke schuld, dat wij openlijk beleden: Dat is de straf onzer zonden en onzer booze daden. En bij elk dier ons bewuste zonden sloegen wy ons op de borst en wij vastten onze vastedagen, deden boeten en gaven aalmoezen. Dat was de tjjd, toen w\j — Joden — nog zuiver voelden en krachtig beseften, dat wij onze eigen verantwoordeüjkheid te dragen hadden en ons van dien last niet konden ontdoen door dien op de wereld te werpen. Dat was een goede tijd, want dit besef ontwikkelde en versterkte het bewustzijn der verantwoordelijkheid, persoonlijk en als volk. Het bewaarde ons voor de dwaasheid en noodlottigen waan ons achter de zonden van anderen te verbergen om zelf vrij uit te kunnen gaan, en om onze gesteldheid van binnen weg te doezelen met de benauwdheden van buiten.

DOCH, die goede, oude tijd is voorbij. Een nieuwe is aangebroken, waarin wij zoo zonneklaar en zoo sterk de schuld van de wereld zien, dat er tijd noch plaats overblijft voor eigen schuldbesef. Er blijft geen gelegenheid meer over om na te denken over onzen eigen geestelijken en zedelijken toestand. Wat een dwaze zelfmisleiding en wat een dreigend gevaar! Wy — Joden — zyn vervuld van een diep en innig medelijden met ons zelf en verbittering tegenover de wereld. Als gevolg daarvan beijveren wij ons dag en nacht in het zoeken naar middelen om die wereld in die uiterlijke droevige omstandigheden te verbeteren en vergeten ons eigen leven. Het is daarom van het hoogste gewicht, dat we even stil staan en ons bezinnen en het Jodenprobleem bezien in het licht van het Jodendom zelf.

Sluiten