Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN die vraag verscherpt zich, als men bedenkt, dat die eeuwenlange ballingschap begon in een tyd, toen we de grootste Tenaim en Amoraim bezaten. Scholen zooals Beth-Hillel en Beth-Schammai. Een zoo streng vrome en veelomvattende volksparty als die der farizeeën. En in een bloeiperiode van de mondelinge wet als nimmer te voren. Hoe is dat te rymen?

REEDS de Talmoedwyzen vragen: „De eerste tempel werd verwoest wegens afgodendienst, onzedelijkheid en bloedvergieten, de heerschende zonden van dien tyd. Doch toen de tweede tempel verwoest werd, hield het volk zich toch bezig met de Thora en vervulde ook de minste der geboden. Waarom dan die verwoesting?" 4)

DAT die verwoesting en de daarop volgende ballingschap verband hield met en straf was voor bedreven kwaad, stemmen allen toe. Iedere joodsche Jood weet dat wy' „om onze zonden in ballingschap en verwijderd zyn van ons land." 5) In bijkans alle feestgebeden lezen wy: „De ongerechtigheden onzer vaderen veroorzaakten de verwoesting van den tempel en onze zonden verlengen onze ballingschap." 6) De vraag alleen is: Welke ongerechtigheid en welke zonde?

VOLGENS Talmoedwyzen werd de tweede tempel verwoest „wegens ongemotiveerden, onderlingen haat." 7) Doch dit antwoord is onbevredigend. Want ook tydens den eersten tempel ontbrak het niet aan ongemotiveerden haat onder de Joden. Luisteren we slechts wat de profeet Micha daaromtrent zyn joodsche tydgenooten verwyt: „Zy loeren altemaal op bloed; zij jagen, een iegelijk zynen broeder, met een jachtgaren. Want de zoon veracht

4) Tractaat Joma van den Babyl. Talmoed, blz. 9b.

5) Joodsche feestgebeden. e) ld

7) Tractaat Joma blz. 9b.

Sluiten