Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den vader, de dochter staat op tegen hare moeder, de schoondochter tegen hare schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zyne huisgenooten." 8) Sterker kan het toch niet en grooter haat is wel niet denkbaar.

NOCHTANS duurde die babylonische ballingschap slechts zeventig jaar en het volk wist ook, dat zij zoo lang en niet langer zou duren. De tegenwoordige ballingschap duurt reeds tweeduizend jaren en nog is het einde niet Ook den boven aangehaalden dichter Ibn Gabirol heeft dit raadsel gekweld, als hij vraagt:

„Het einde der eerste werd Abraham klaar,

Jeremia het einde der tweede openbaar,

Maar wanneer is 't eind van de derde daar?" 9)

EN waarom is er geen antwoord op die vraag? Doch er is nog meer. Gedurende de beide eerste ballingschappen heeft God ons profeten gezonden om ons te onderwijzen, te leiden, te waarschuwen, te straffen en te troosten. Maar in deze laatste ballingschap is er geen profeet en geen ziener. Welke ontzettende misdaad hebben

ynj Joden — toch begaan, die zwaarder straf eischte dan

afgodendienst, ontucht en bloedvergieten samen?

DE Talmoedwyzen komen tot de conclusie, dat het een verborgen misdaad moet zyn. Zy zeggen: „Bij de verwoesting van den eersten tempel werd de zonde van het volk geopenbaard en ook het einde der ballingschap hun voorspeld. Maar by de verwoesting van den tweeden tempel bleef de zonde van het volk verborgen en daarom is hun ook het einde der ballingschap verborgen." 10)

DUS geen onderlinge haat, maar een verborgen misdaad is de oorzaak onzer tegenwoordige ballingschap. Wel is het den Talmoedwyzen volkomen duidelijk, dat de zonde, als oorzaak voor deze tegenwoordige

8) Micha 7:6.

9) Gedichten van Solomon ibn GaberoL door Bialik-Rabnitzki. 10) Tract. Joma, blz. 9b.

Sluiten