Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ballingschap, grooter moet zijn dan die de vorige ballingschappen ten gevolge hadden. Rabbi Jochanan antwoordt op de vraag, of de zonde als oorzaak van de verwoesting van den tweeden tempel grooter was dan die van den eersten tempel: „Laat de tempel zelf beslissen. Na de zeventigjarige ballingschap hebben w\j den tempel teruggekregen, maar den tweeden tempel hebben wij niet teruggekregen." 11) Dus de schuld, waarom die tweede werd verwoest is grooter dan de vorige. Maar daarmee is de hoofdvraag niet beantwoord: Wat was toch die groote zonde? En op deze vraag blijven ook de Talmoedwijzen het antwoord schuldig.

MAAR wij zyn gelukkig niet afhankelijk van de Talmoedwijzen, om het antwoord op die vraag te vinden. Wij hebben de bron ontdekt, waaruit de waarheid te putten is. Lees alleen maar het eerste boek van het Nieuwe Testament, het Evangelie naar Mattheus, en daarin vindt gij die zonde als met één trek geteekend in de volgende woorden:

„En het gansche volk antwoordde:

Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen." 12)

DOCH om die noodlottige bede te verstaan is het noodig een oogenblik te verwijlen bij de gebeurtenis en de omstandigheden, waaronder die woorden geuit werden.

HET betrof het proces van Jezus van Nazareth. Het joodsche gerechtshof had Hem ter dood veroordeeld. Maar voor de uitvoering van dit vonnis hadden zij de toestemming van den romeinschen stadhouder noodig. De toenmalige vertegenwoordiger des Keizers woonde in de prachtige havenstad Cesarea. Doch op de joodsche feestdagen placht hij naar Jeruzalem te komen,

u) ld.

12) Matth. 27 : 25.

Sluiten