Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ER komt een verhaal voor in den Talmoed en in Midrasch. le) Nebuzaradan, de overste van Nebukadnezars trawanten, kwam eens in den tempel en bespeurde daar op een plaats bloed, dat als levend bruiste.

„Wat is dat voor bloed?" vroeg hy. „Dat is offerbloed," klonk het antwoord.

ONMIDDELLIJK liet hij offerbloed halen, maar dat was heel ander bloed, was er niet mee te vergelijken.

GIJ zult my' zeggen wat voor bloed dat is," riep hy' de omstanders toornig toe, „of ik laat uw lichaam met ijzeren pennen doorploegen!"

ZU weigerden het hem te kennen te geven, totdat zij zagen, dat bij Nebuzaradan de zaak vastbesloten was en toen spraken zy: „Waarom zullen wy het voor u verbergen? Er was een profeet onder ons. Zijn naam was Zacharia. Hij verkondigde ons de waarheid, hij leerde ons de heilige wetten, hy vermaande ons tot boete en berouw. Maar wy sloegen zyn woorden in den wind en ten slotte hebben wy hem gegrepen en gedood. Jaren zyn sinds verloopen, maar zyn bloed, hier vergoten, blyft leven en blijft bruisen."

IK zal het tot rust brengen," sprak Nebuzaradan. En hy liet de leden van het groote en het kleine Sanhedrin halen en slachten boven het bloed van Zacharia, naar het woord van Hosea, den profeet: „Bloedschulden raken aan bloedschulden." 1T) Doch het bloed van den Godsman kwam niet tot rust. En Nebuzaradan voer voort en slachtte jonge mannen en jonge vrouwen, knapen en meisjes boven

le) Midrasch Rabba over Klaagliederen, en Tract. Gittin, blz. 54b. 1T) Hosea 4 : 2.

Sluiten