Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Capadose, zijn bloéd verwant en broeder te zamen, . Die door Gods Geest zich zeer kon bekwamen! Hun doon, was geen ijdelen klank, 'k Zie nog, in mijn geest ter Bidstond getogen, Schimsheimbb, Wateleb en Schlitt voor mijn oogen, Meijersteijn, Eebbink en ook Stoové, 'k Zie d' oude Ebink, Wilkens, Geel, Van Vollenhoven, Die hier te zamen de Heere kwamen loven ! Met P. van Eik, Den Neüfville en Cavallieb, Ds. Brand, Hasenbroek, Lenz en óók Vinken, 't Is noodig mijn vrienden dat die namen ook klinken Met Limburg, Brouwer en Posthumus Meijes. oud-Senior,

te zaam,

Doch Gbelinger's naam mag ook niet vergeten, Een warm vriend van Isrel werd hij geheeten, En dat ik ook gaarne beaam.

Scheepmaker, Heijblom, Sohönthaleb en Jansen, De Engelsche Ds. Smith en Geaman Eeansen, Met Simon Thomas en Van der Meer, A.dema van Scheltema, Ten Kate en Van Buuben, Die door Groen van Pbinsterer zich aan lieten vuren, Tot 't bidden aan Isrels Heer.

'k Zie Broeder Berg en Wilmink getreden;

Zij hebben met Dresselhuijs Sr. samen gebeden,

Met Schweer beu der Begke hun vrind,

En Leendert Vebbubo met zijn dienende liefde,

O! schimpe men op Isrel, ach, hoe het hem griefde,

Hij heeft 't ook zoo innig bemind.

Ook hadden we Messchebt van Vollenhoven,

Amstels burgervader, die in gelooven

Ook vaak hier voor Israël bad;

Met Teding van Berkhout, de waarde rechter,

Die óók voor Isrel als pleitbeslechter

In 's Heilands voetspoor dan trad.

d' Ablaing van Giesenbebg, een kind des Heeren,

O! als hij hoorde van Isrels bekeeren,

Hoe 't harte van vreugde hem sprong.

Zoo ging het juffrouw Backeb van Leeuwen,

Hoe bad zij voor 't volk dat reeds zoo veel eeuwen,

Den Christus veracht' en verdrong.

Baron Van TuiJl van Sebooskeeken, Liet van zijn liefd' voor Isrel merken, Met W. van Oqstebwwk. Bbuijn;

Sluiten