Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ook van die Zuster die hier is gezeten,

En van wier geschiedenis ik niets kwam te weten,

Daar zij vermoed'lijk uit Eng'land hier kwam, En ook van nog meer die thans feest met ons vieren, Maar 'k weet wel, dat des Heeren bestieren,

Hen in Zijn bescherming nam. En zie 'k weer terug naar de eerste gedoopten, Bbomet, zijn zoon Jozua is naar hij hoopte,

Geworden : Predikant in Godos Kerk ; Een plaatsje in Zeeland mag zich beroemen, Dat daar een Gemeente hem Leeraar mag noemen,

Hem prijzend in zijn liefdewerk.

Een kleinzoon van Bremeb in Egmond aan Zee, Brengt door 't Evangelie kan 't zijn ook de vreè,

Door 't beroep als Hervormd Predikant. Hij sticht do Gemeente door Godd'lijke gaven, Waar menige dorstige ziel zich kan laven,

Zoo zegent de Heere zijn verstand.

Nog even terug, verzoek ik mijn vrienden

Den blik met mij mede lo slaan,

Want er is één vrouw die de aandacht verdiende,

't Is Elizabeth Brembb, al is ze ook ver hier van daan.

'k Herinner me haar nog met haar gitzwarte oogen,

En met haar zoo blasbleek gelaat,

En sprak za met u, hoe werdt ge bewogen,

Daar haar taal door elk zenuw van u gaat.

'k Hoor haar nog aan mijn Zus Gbietje verhalen

Hoe zij door 'n roman werd bekeerd,

Al hoewel de bedoeling van Süe meest falen,

Van ziel'heil had die niet geleerd.

Maar toen, hoe zwaar moest zij strijden,

Als pettenmaakstor voor 't daaglijksch brood,

Die Jezus beleidt moet van Joden ook lijden,

Doch God geeft vaak redding uit nood.

In Utrecht heeft zij als Diacones moge leeren,

En of zij later Directrice daar was,

't Bericht daarvan heb ik moeten ontberen.

Hoewel 'k daar geeu hoofdzaak in las.

Doch Afrika zag haar.als Gouvernante,

Bekend is, dat ze ook boeken vertaalt,

En wat ze schrijft vraagt m' aan alle kanten,

Daar z' onderhoudend en mooi verhaalt;

Haar pseudoniem heb ik nog niet vornomen,

Die 't gaarne weet, kan 't wel te weten komen, i

Sluiten