Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu, zusters, dio vereenigd Of alleen, ons hebt bezocht, Gij hebt ook veel smart gelenigd, Gij hebt ook voel goeds gewrocht. Hoeveel tjjd hebt gij gegeven, Hoeveel tijd hebt gij besteed, Moogt gij altijd vreugd beleven, Voor het lenigen van het leed. Hoeveel hemden mocht gij naaien, Hoeveel kousen gij gebreid, Hoeveel speelgoed, schoone fraaie, Voor de kinderen bereid. Broeken, rokken, jurken, dassen, Blouses, hoeden en veel meer, Mocht gij deez' of geen verrassen; Daardoor diendet g' ook uw Heer. Ook kalenders woudt gij schenken, Waarop menig heerlijk woord Aan den Heiland deden denken, Die ons leidt naar 't zaligst oord. Ook u zijn wij dank verschuldigd, Al vraagt gij geen dank tot loon! 's Is de plicht dat men u huldigt 1 Geeft men graag, ook dank is schoon.

Dies danken wij en bidden God den Heere, Dat Hij ten allen tijd het kwade van u weere.

Moog juffrouw Stenekêb nog lang uw leidsvrouw zijn, En juffrouw Mooi; haar hulp en zonder pijn, En juffrouw Dondorp ook, die penningen bewaarde, En juffrouw Prenzeleb, die naar het werk dan staarde, En 't ander Zustertal dat saam met u mag werken, 'k Roep heel de Zusterschaar, de Heere moog u sterken.

Maar Hanna, zou 'k u niet gedenken.

En wat de jongedochters schenken,

Gij samen wilt, hoe jong van jaren,

Ook 't kleedingstuk voor Isrel garen,

En ook der kind'ren vreugd wilt geven

Met 'n Kerstboom, wel ziedaar uw streven

Beloond door dank der kind'rensohaar. -

O, spaar de Heer u menig jaar,

Hij. leid' uw schreên voor 't volk des Heeren,

Helpt 'door 't gebed er meer bekeeren.

Sluiten