Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die zelfs als knaap ter school voor Isrel dan streed, De stukken van Da Costa niet vergeet, Die in de Christoniatie ter Boommarktschool wij leerden, Zoodat Hoer Oostmeijer daarvoor met lof u eerde.

De strjjd is anders nu, 't is tegen Satans macht, Waartegen gij mijn vriend u hoedt mot alle kracht. Gij dient hier Israël zooals uw ouders deden, Gij doet dat met uw werk, gij doet dat met gebeden, Dies voelt gij in uw hart, van onzen dank het trillen; Hetgeen wij in dit woord, aan u betoonen willen, Gods besten zegen zal u altijd bestralen, In rijken overvloed op u ternederdalen.

Broeder Bets die van Zaandam, Vaak hier ter vergadering kwam, Toond' steeds hoe gij Isrel mindet, Juist als alle and're vrinden, Van het ouden volk des Heeren, Gij badt ook voor hun bekeeron, Thans zijt gij in 't Hoofdbestuur, Strijdt met d' anderen vol vuur, Tot behoud van het geslacht, Dat aan u den Heiland bracht, Broeder Bets leef lang, leef goed, Dat de Heer u steeds behoed.

Broeder Keunrn, ouden vriend,

Beeds lang hebt g' ook den dank verdiend,

Het ga geheel uw leven wel,

Leef lang, leef goed naar Gods bestel.

Ds. Wieksma die door streven en werken,

De liefde tot Isrel bij elk tracht te sterken,

Ge bewijst daarmee steeds hoe uw liefde vermeerd',

Tot Abrahamszaad dat gij graag zaagt bekeerd.

O moogt gij nog lang door uw kunde en gaven,

De zielen zoo leiden naar veilige haven.

Dan zijn hier nog de heeren Harmsen en Dr. Brouwer, Ook vrienden van Isrel met den heer J. Boelhouwer, Uw gaven, uw liefde getoond t' allen tijd, Heeft heel deze schaar van gedoopten verblijd. Dies geldt u ook 't lied door die schare gezongen, Als dank u gewijd, met harten en tongen; En geve de Heer dat g' uw werk ziet betoond, Wanneer Hij in d' Eeuwigheid vruchten u toont.

Sluiten