Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage I.

FEESTLIED

voor gedoopten uit Israël ter gelegenheid van het Gouden Jubileum van de „Nederlandsche Vereeniging voor Israël", gedurende de dagen van 23, 24, 25 en 30 October 1911

Opgedragen aan Bostuur en Leden door J. C. van Gelderen.

Wijze: Oostenrijksch Volkslied.

< juicht nu Gouden Jubellingen I Juicht nu op dit heuglijk feest! Dat wij 's Heeren lof nu zingen Die tot Heil ons is geweest; Ons, uit Abrams zaad gesproten Trok Hij door Zijn liefdegloed, Heeft voor ons Zijn bloed vergoten 1 ^ En tot dezen stond behoed. '

Ziet, hoe honderdduizend tallen

Kennen- onzen Christus niet!

Dat verwerpen, is hun vallen

In een eindeloos verdriet!

't Was genade en ontfermen

't Trekken uit de duisternis!

't Heillicht, kan alleen beschermen i ^

Die gekend als boet'ling is. j

Daarom: danken wij den Heore

Voor deèz' gunst aan ons gedaan

Ook de mid'laars tot bekèeren

Dient ge dankbaar ga te slaan.

Vragen wij dan 's Heeren zegen

Voor hen, dat dio op hun daal

Klink deez' juiohpsalm hen dan tegen ) ^

Uit uw mond, in harte taal ! '

Hier zingen de Proselieten: Psalm 134 laatste vers.

Dank óók het bestuur mijn vrinden! Dat, als 't kan graag hulp u biedt, Thans moogt gij 't weêr ondervinden O neen !.... men vergeet ons niet! Ook de Zusterskrans die mild'lijk Steunt, waar nood de boezém prangt O ! wij danken allen hart'lijk ) Wien geen dank van ons verlangt. 5

Sluiten