Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij als Christenen hebben te strijden, daar wij gelooven in Jezus Christus, in Wien is noch Jood, noch Griek, noch Neger, noch Maleier.

De waarheid wordt bevestigd op Zendingsgebied. Het geloof in Jezus Christus tracht daar niet de scheidingslijn uit te wisschen, die de natuur tusschen de verschillende rassen heeft getrokken, maar brengt deze samen in een christelijke gemeenschap, die allen afkeer onderdrukt, wat meer is, hen allen als kinderen van één Vader tot een geestelijke eenheid verbindt Als Christenen kunnen wij ook het Jodendom niet anders zien dan in het licht van de liefde Gods, ons in Christus geopenbaard.

Een andere vraag is, of het Jodendom door zijn houding tegenover ons Christenen de schuld draagt van den afkeer, die in vele kringen tegen hen bestaat Vergeten wij echter niet, dat die houding voor een zeer groot deel te wijten is aan de wijze, waarop de Christenen het alle eeuwen dóór hebben behandeld. En dan is het niet te verwonderen, dat een zoo bij uitstek begaafd volk als de Joden zich op allerlei wijze heeft weten staande te houden temidden van verguizing en vernedering.

Als wij meer naar Paulus hadden geluisterd, die in Rom. 11 : 14 1) gezegd heeft, dat wij de Joden tot jaloerschheid moesten verwekken, zou het er in onze omgeving anders uitzien. Maar wij kunnen toch het geloof niet opgeven, dat eenmaal gansch Israël zal deelen in het heil ons in Christus geschonken. Rom. 11 : 26. 2)

Hiermede is dus de taak aangewezen, die wij tegenover de Joden hebben te vervullen. Een leider van het Evangelisatie-werk onder Israël in Amerika heb ik hooren verklaren, dat 90 */o van de aldaar tot het Christendom bekeerde Joden verklaard had door de liefde te zijn gewonnen, die men van de Christenen had ondervonden. De kenschetsing van uw Evangelisatie-werk onder hen als „zending" vind ik minder gelukkig. Daar klinkt zoo licht een toon van hoogmoed in dóór, die ons als Christenen tegenover hen allerminst past. Beter is het ook hun te doen gevoelen, dat liefde ons dringt om ook hun te brengen wat voor ons de bron onzer geestelijke vernieuwing is geworden, om ook hun de blijdschap en den vrede deelachtig te maken, dien wtj in Christus hebben gevonden.

Niet met een gevoel van geestelijke meerderheid moeten wij tegenover hen optreden, maar met betoon van eerbied en liefde. Het maken van enkele bekeerlingen, waardoor haat en tweedracht in joodsche families wordt gezaaid, acht ik niet den juisten weg. Beter lijkt bet mij door onderlinge openhartige besprekingen elkanders standpunt te leeren kennen en de uitkomst aan God over te laten, Die de waarheid zal doen zegevieren, ook al laten de zichtbare resultaten lang op zich wachten.

') Bom. 11 : 14: Of lk eenigszins mijn vleesch tot Jaloerschheid verwekken, en eenigen uit hen behouden mocht.

*) Bom. 11 : 26: En alzoo zal geheel Israël zalig worden. Gelijk geschreven ls: De Verlosser zal uit Zlon komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

Sluiten