Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. a. Wanneer het volk van Israël in het centrum van de belangstelling der Gemeente wordt geplaatst, b. Wanneer Christus' liefde dringt Gods uitverkoren volk hartelijk lief te hebben.

„Zoo zijn zij wel vijanden wat aangaat het Evangelie, om uwentwil, maar wat aangaat de verkiezing, zijn zij beminden, om der vaderen wil" Rom. 11 : 28.

Liefde tot Israël moet systematisch in de Gemeente worden aangekweekt, gebed voor Israël worden vermeerderd.

In openbare eerediensten.

In onderlinge gebedsbijeenkomsten.

In bidvertrekken der kinderen Gods.

Zoo alleen zal worden verstaan Paulus' woord aan de Galatiers: „Daarin is noch Jood, noch Griek, want gij zjjt allen één in Christus Jezus".

LX.

Dr. R. B. EVENHUIS, NED. HERV. PRED., SCHEVENINGEN

1. Wij moeten denken van het huidige Jodendom, wat wij, op grond van het Evangelie, moeten denken van alle volkeren in het algemeen en alle menschen in het bijzonder. In Christus is noch Jood, nóch Griek Onze houding is daarmee bepaald. Elk vooroordeel is geoordeeld.

2. Ja. Zooals wij verwachtingen mogen koesteren voor de toekomst van alle volkeren. Niet op grond van eenheidsbewegingen en eenheidsstrevingen, maar wederom op grond van het Evangelie. God was in Christus de wereld met Zich 'Zelf verzoenende.

3 en 4. Onze taak is nu het Jodendom duidelijk te maken, dat niet zij bijzonderlijk, maar dat wij allen Christus gekruisigd hebben.

5. Door zichzelf onder het oordeel te stellen vanwege het anti-semitisme der „christelijke" volkeren.

X

Ds. J. W. GROOT ENZERINK, NED. HERV. PRED., LEIDEN

1. Romeinen 11 : 28, 2 : 28 en 29, 9 : 6—8.

Zoo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie om uwentwil maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wiL Rom. 11:28.

Sluiten