Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het huidig Jodendom moet met groote droefheid worden erkend, wat Mozes de groote Profeet, geschreven heeft in zijn Boek Deuteronomium, hoofdst. 28 : 16—67, van welke verzen wij hier afschrijven het 65e, 66e, en 67e:

„Daartoe zult gij onder die volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der oogen, en matheid der ziel.

„En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult uws levens niet zeker zijn

„Des morgens zult gij zeggen: „Och, dat het avond ware! en des avonds zult gij zeggen: „Och, dat het morgen ware! vanwege den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vanwege het gezicht uwer oogen dat gij zien zult"

Nochtans blijft van het huidige Jodendom waar, wat Paulus, die aan de voeten van Gamaliel onderwezen werd, zegt:

„Ze zijn beminden om der vaderen wil; — de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwehjk." Romeinen 11 : 29.

lb. Onze houding tegenover het huidige Jodendom moet zijn — de méést welwillende, omdat nooit mag worden vergeten, welk een bijzondere plaats God dit volk heeft toegedacht. Mozes zegt:

„Toen de Allerhoogste den volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israëls; want des HEEREN deel is zijn volk, Jakob is het snoer zijner erve." Deuteronomium 32 : 8, 9.

En vooral mag niet worden voorbijgezien wat Hosea zegt in zijn Boek, hoofdst 3:5: ;

„Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeeren, en zoeken den HEERE hUn..G°d Cn 1)8vid hun Koning, en zij zullen vreezende komen tot den HEERE en tot zijn goedheid, in het laatste der dagen."

Van de allerhoogste beteekenis is wat de Mond der waarheid gesproken heeft, toen Hij in gesprek was met een verachte Samaritaansche: „Het heil is uit de Joden". Johannes' Evangelie, hoofdst 4 : 22.

Het volk, dat nu „de staart" is, zal eenmaal weer „het hoofd" zijn!

Nooit mogen we vergeten, dat het Jodendom, historisch genomen, aan bet Christendom voorafgaat en dat van Christendom geen sprake zou zjjn geweest zonder de erkenning van het oude, door God uitverkoren volk

Die God liefhebben buigen zich in aanbidding neder Voor den Zoon

Sluiten