Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen boeken gedurende de laatste acht maanden? Dit komt mij voor als een zeer belangrijk punt".

Toen stond de Jodenzendeling op en liep langzaam naar voren tot dicht bij den stoel van den Voorzitter. Hij bleef een oogenblik zenuwachtig zijn handen wrijven en antwoordde toen langzaam: „Broeders, ik ben blij, dat deze zaak aan de orde is gesteld. Ik heb acht maanden van wachten en uitstel in onzekerheid verkeerd, en ik hoop, dat gij in staat zult zijn thans een definitief besluit te nemen. Ik heb gebeden, of dit zoo zijn mocht. U vraagt, of daar eenig resultaat van mijn arbeid te constateeren valt. Hoe kan ik dat zeggen? Ik weet, dat ik zooveel in mijn vermogen was, gedaan heb. Dat ik het zaad gestrooid heb. Zal ik den oogst nog beleven? Hoe velen onzer mogen dien inhalen? Het is nu twee jaar, sedert ik tot u kwam, en uw hulp inriep en uw zedelijken steun vroeg voor mijn zendingswerk onder de Joden. Ik heb nu twee jaar voor u gewerkt, en waar er nog geen bekeerlingen zijn, vraagt gij mij: „Wat hebt gij gedaan met wat u is toevertrouwd?" In het Oosten hebben menschen onder de Heidenen vaak 40 jaar gearbeid en geen oogst mogen binnenhalen en zij zijn evenwel niet ontmoedigd. En zoo zeg ik ook tot u: Waarom zouden wij den moed laten zakken? Zouden wij dit werk staken, omdat we er moedeloos onder worden? Ben ik moedeloos?"

Sommige jongeren bewogen zich onrustig en een bejaarde ouderling stond op en baande zich een weg naar de voorste rijen. Hij wou beter hooren. De Jodenzendeling deed alsof hij niets merkte en vervolgde: „Laat mij u iets van mijn werk vertellen. Er is veel waarvoor ik kan danken. Het eerste jaar hebt gij mij 400 dollars toegestaan"..

„Was dat alles, wat u in die twee jaren van onze kerk kreeg?" „Het is alles, wat ik ooit van de kerk heb gekregen", was het eenvoudig antwoord. „Van dit bedrag heb ik de huur van het zendingshuis betaald; ik heb bijbels aangeschaft, en in die twee jaar heb ik 22.000 tractaatjes in het hebreeuwsch laten drukken voor uitdeeling onder mijn volk. Ik ben buitengewoon gezegend. Het eerste jaar kreeg ik 80 dollars van vrienden, die belang stelden in het werk. Verleden jaar stegen deze giften tot 150 dollars. Daarmee kon ik heel wat doen".

„Hoe is uw manier van werken?" En de stem van den Voorzitter waarmee hij deze vraag deed, was heel vriendelijk.

Voor het eerst was het op min of meer uitdagenden toon, dat de Jodenzendeling antwoordde: „Dat moogt u wel vragen! U spreekt er van om het werk stop te zetten, en niemand uwer weet, wat ik

Sluiten