Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keeren we met ons verhaal terug tot onzen bezoeker, den „broeder" van Antraniek.

Vreemd moet het dien woestijnman zijn geweest in een voor hem zoo vreemde omgeving als ons huis te zijn en met ons te praten. Zitten op stoelen of banken kent men in de woestijn niet. De gesprekken vlotten echter best.

Onze keukenhulp, trouw als altijd, maakte op eigen initiatief naar Oostersche gewoonte en plicht Turksche koffie gereed en kwam met haar dienblad, waarop een aantal heel kleine kopjes, zooals men ze voor Turksche koffie pleegt te gebruiken, binnen. Onze bezoeker weigerde echter tot onze verbazing. Op mijn vraag, waarom hij geen koffie wilde, antwoordde hij „Allah beware mij voor zulk eene overtreding" en plotseling schoot het mij te binnen, „Ramadan". Bij het uitspreken van het woord „Ramadan" schudde onze Bedoeïn van „ja".

Ramadan is een vastenmaand voor de Mohammedanen, dat wil zeggen dat ze niet eten of drinken mogen tusschen half vijf 's morgens en half vijf 's avonds. Deze tijdstippen worden door kanongebulder eiken morgen en avond aangekondigd. Men voedt zich dus des avonds en des nachts gedurende de maand Ramadan

Antraniek vertelde, dat Ramadan werd gehouden, om God te bewegen de zonden te vergeven. Op mijn vraag, of Mahmat geloofde, dat door het vasten tijdens Ramadan zijn zonden werden vergeven, antwoordde hij: „wij doen, wat wij geleerd hebben en wat ons is voorgeschreven; als Allah ons onze zonden vergeeft is het goed, doet Hij het niet, kunnen we daar niets aan doen

wetend, dat de Arabieren veel van de Oud-Testamentische geschiedenis kennen en in het bijzonder dat, wat de Patriarchen aangaat, ging ik met hem de geschiedenis na van Abraham, toen deze ging, om zflnen zoon te offeren. Onze vriend, de Bedoeïn, kende de geschiedenis en met veel nadruk toonde ik hem, hetgeen Abraham zijnen zoon antwoordde, toen deze vroeg, waar het offerdier was. (Gen. 22). „God zal zelf in een offer voorzien". Daarna las ik voor, wat Johannes van Jezus zeide. (Joh. I : 29) „Hij is het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt".

Later liet ik hem vertellen, hoe hij Antraniek had gevonden en beduidde hem, dat Antraniek ten doode was opgeschreven en verloren, maar dat hij, Mahmat, kwam en hem redde. „Zooals Antraniek verloren was, zijn alle menschen verloren vanwege de zonde. En zooals gij het leven van Antraniek tedde, zoo kwam de Heere Jezus, om ons te redden. Hij gaf zijn leven voor ons."

Antraniek zelf vertelde de gelijkenis van den Verloren Zoon en toonde zijn Bijbel voortreffelijk te kennen en te weten toe te passen.

Toen Mahmat ook nog sprak over twist in den stam, over wraak en moord en hoe nu de stam in moeilijkheden verkeerde, zeide Antraniek: „hier gebeuren zulke dingen niet; want wij

Sluiten