Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor dat onze Heere naar den hemel ging, sprak Hij tot zijne discipelen de volgende troostende woorden: „Laat uw hart niet ontroerd worden! Gij gelooft in God; gelooft ook in Mij! In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; zoo niet, Ik zoude u gezegd hebben: Ik ga heen, om u eene plaats te bereiden. En als Ik heengegaan ben en u eene plaats bereid heb, dan kom Ik weder, en zal u tot Mij nemen, opdat gij zijn moogt waar Ik ben." Joh. 14: 1-3. In deze woorden hebben wij de besliste belofte van onzen Heere en Heiland, dat Hij wederkomen zal. Welk eene heerlijke gedachte! Welk een troost ligt in deze belofte voor Gods kinderen die hunnen Heere en Heiland van harte liefhebben! Hem te zien in al Zijne schoonheid en heerlijkheid. Hem, Die den hemel om onzentwil verlaten heeft, en op deze zondige aarde is gekomen, de plaats van een dienstknecht heeft ingenomen, Zijnen Vader in alles gehoorzaam was, en ten laatste den smartelijken kruisdood stierf, en dat voor zijne vijanden! O, welk eene verborgenheid van liefde! Welk eene volheid van genade openbaart zich op Golgotha!

Nadat de Heiland dit alles hier volbracht had, voer Hij op naar den hemel, om daar, aan de rechterhand des Vaders, als onze groote Hoogepriester Zijne verdienste door Zijn bloed aan te bieden; voor Zijne geloovigen te bidden; woningen voor hen te bereiden en dan weder te komen, om zijne wachtende kinderen tot zich te nemen, opdat zij ook zijn mogen waar Hij is. Welk eene schoone belofte! Zal onze mond niet juichen en ons hart van vreugde opspringen bij het overdenken van dit volzalige woord? Strekt het ook niet tot eer van onzen Heiland, wanneer zich zijne kinderen in de zalige hoop verblijden, zich volkomen op Zijne komst voorbereiden en van harte op Hem wachten? Want ook alleen zij, zullen eenig nut hebben van Christus wederkomst, die door Zijn heilig bloed gewasschen zijn van hunne zonden; die door de kracht des H. Gees-

Sluiten