Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. ADVENT.

Leider: Heil hem, wiens verwachting op den Heer, zijn God, is! Hij zal niet beschamen, die op Hem bouwen.

Zang:

Het daget in den oosten. Het licht schijnt overal: Hij komt de volken troosten, Die eeuwig heersen zal.

O. N. Z. 62b.

Li Maakt u op, wordt verlicht, want uw Licht komt!

Kinderen: Wij wachten op licht, en zie het is duisternis!

Li Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.

Zang:

Een licht straalt uit den hoge. Schijnt klaarder meer en meerl De volken heffen d' ogen En hopen op hun Heer!

Jz.24.

Li Troost, troost mijn volk, zegt uw God, want Ik zal zelf

mijn schapen opzoeken en voor hen zorgen.

K.: Gelijk de herder voor zijn kudde zorgt, zo zal Ik voor mijn

schapen zorgen.

L.: Het verdoolde zal Ik opzoeken, het verlorene zal Ik we-

derbrengen.

Zang:

Hij zal zijn kudde weiden En dragen in zijn schoot. De lamm'ren zachtkens leiden, In zijne liefde groot.

Jz.24.

L.: Baant in de woestijn een weg voor den Heer, effent in de

wildernis een heerbaan voor onzen God.

K.: Zij, die den Heer verwachten, zullen de kracht vernieuwen I

L: Zie, Hij komt, die een heerser zal zijn in Israël.

K.: Zie, uw Koning komt!

Zang:

De duisternis gaat wijken Van d' eeuwenlange nacht; Een nieuwe dag gaat prijken Met ongekende pracht.

O. N. Z. 62b.

Sluiten