Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o .m. in den lijdenstijd: „ lek wil mi gaen vertroosten, in Jesu liden groot (ook in O. en N. Z.). Is het koortje langzamerhand goed ingewerkt, dan kunnen we in de bijzondere diensten beginnen met b.v. Gregoriaansche liederen, altijd nog de kerkmuziek bij uitnemendheid. Zij worden geheel eenstemmig gezongen, maar eischen van de zang(st)ers wèl een volledig begrip en toewijding en van de leid(st)er een geheel op de hoogte zijn en bestudeering van het Gregoriaansch. In de Adventstijd zou men b.v. kunnen nemen het „Rorate coeli", met Kerstmis het „Adeste fideles" e.a., in de lijdenstijd een „Agnus Dei". Op Goede Vrijdag het „Tenebrae, factae sunt", waarvan ook een aangrijpende compositie bestaat van Ignegeri (16e eeuw, Palestrijnsche school), met Pinksteren het „Veni Creator Spiritus" of de sequenz „Veni sancte Spiritus". Op den Zondag van AUerzielenherdenking: „Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona eis requiem sempiternam". En op een Avonddienst den Latynschen Avondzang: „Te lucis ante terminum". Het wezenlijke van de Greg. muziek is soberheid,

verhevenheid en vroomheid, wat we in Jeugdkerk-eeredienst maar al te goed kunnen gebruiken.

f. Feesten.

Bij jeugd past feestelijkheid. Gelukkig dat het Christelijk jaar over ettelijke feesten beschikt. Men leze maar bovenstaande feesttijden. Wel is waar zijn het Paasch- en vooral Kerstfeest de voornaamste, doch dit hoeft volstrekt niet tot verwaarloozing der andere te leiden. Daar is b.v. het Lentefeest, dat men van Paschen scheide, opdat de Opstandingsgedachte niet onderga in herleving van planten en bloemen, wat weer iets anders is. Voorts Pinksteren, in de mooiste, volste bloeitijd en het Johannesfeest op Midzomer, dat men buiten moet vieren met bloemen, dansen en vuur, als tegenhanger van Kerstfeest. Dan volgt de Herfsttijd met zijn oogst-en-dank-dag, waarbij men vruchten als hoofdmotief kan nemen voor de versiering, welke men later aan de zieken brengt Tenslotte na de stille Herdenkingsdag op Allerzielen

Sluiten