Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans sprake zijn van „priester" en „leek", omdat dit de vertrouwelijkheid, de „gewoonheid" verbreekt. De toespraak behoort een gesprek te zijn van den leider met de jeugd over God en de ziel. In dit gesprek moet er overal gelegenheid zijn tot stille vragen en antwoorden. Om echter een wat diep-gaand gesprek te voeren betaamt het van elkander wat te weten. Daarom is het noodzakelijk dat de jeugdpredikant zijn jongens en meisjes - gemeente kent. En hierover zijn we op een zeer speciaal punt gekomen: er moet een vaste voorganger zijn in de jeugdkerken. Natuurlijk sluit dit niet uit dat men een enkele maal voor een vreemd gehoor kan spreken (er zijn immers overeenstemmende trekken tusschen alle jongens en meisjes) *), maar op den duur is het zeer onbevredigend, vooral voor een jeugdpredikant, om nooit vertrouwlijk, direct diepgaand te kunnen spreken (hetgeen bij vreemden toch onmogelijk is), terwijl het voor de jongens en meisjes ook onvoldoende is naar huis te gaan met een „mooie"

*) Terwijl het natuurlijk voor de jongens en meisjes wel eens eoed is een „m'wiw mhiiA" +o <»mamQn

of minder „mooie" toespraak. Het systeem van telkens verschillende sprekers of leiders moet de ondergang van de kerk in het algemeen en de jeugdkerk in het bijzonder in de hand werken, (in de kerk kan men het waarnemen hoe zoowel bij z.g. „evangelisatie's" of Prot.Bonds en Vrijz. Herv. bijeenkomsten met telkens invallende predikanten er vaak geen groei (en stilstand is ook in het geestelijke: achteruitgang) plaats heeft). Intusschen valt over den vorm en den inhoud der jeugdkerk - toespraak nog wel het een en ander te zeggen.

Ten eerste: de taal. Dat men in de jeugdkerk een minder gekuischte taal zou behoeven te gebruiken dan in de gewone kerk, is geheel averechts gezien. Banaliteiten zijn er even misplaatst als elders. Deftige en zwaarwichtige woorden uitteraard eveneens, maar dit wil volstrekt niet zeggen, dat men in het andere vervallen moet.

Men zij in zijn taal kernachtig, klankrijk, beeldend. In onze moderne dichters heeft men een uitstekende school voor het doeltreffende, geladen woord.'

Sluiten