Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de Kerk heeft vele kinderen en van allerlei soort. In de

meeste steden en op tal van dorpen zijn de catechisaties allerminst een samenkomst van kinderen der geloovigen wier ouders de hulp der Kerk begeeren. Ze zijn er nog, zulke ouders, ze zijn er nog, die kinderen, maar daartusschen door zitten allerlei andere elementen. Het is een bont en grillig beeld dat wij te zien krijgen, wanneer we de motieven nagaan waarom de jonge menschen ter catechisatie komen. Zeker, de wensch van de ouders speelt bij velen een rol, maar bij vele anderen het feit dat een vriend of vriendin er ook heen gaat. De deftigheid, de vriendelijkheid of de jovialiteit van den predikant geven den doorslag in vele gevallen. Vandaar dat in één stad de eene domine twee, drie, vier, ja vijfmaal zooveel leerlingen heeft dan een ander. Vermoed hier vooral geen richtingskwestie achter, die heeft er niets mee te maken. Veeleer een mode der jongeren, die heel veel verschilt van de mode der ouderen die „richting" genoemd wordt. Een ernstig meisje bekende eens aan den predikant na de bevestiging dat zij destijds bij hem op catechisatie was gekomen omdat de vriendinnen verteld hadden dat hij een „leuke" domine was die „languit op de tafel lag". Zoo komen ze samen uit allerlei kring, degenen die als kinderen der gemeente onderwezen moeten worden.

Wat zijn er weinig gave gezinnen! Zoowel kerkelijk als geestelijk gezien. Daar zijn heel veel gemengde gezinnen, wonderlijke mengsels, Protestant en Roomsen; Hervormd en Gereformeerd; rechtzinnig en vrijzinnig; Groote Kerk en een van de tallooze secten; maar vooral ook geloovig en ongeloovig. Wat zijn er weinig gezinnen waar man en vrouw als belijdende leden van één Kerk medeleven met het leven der gemeente, waar alle kinderen gedoopt en op catechisatie zijn, waar zij allen, de jongens en de meisjes, zelfs bij de verloving, in de lijn der traditie blijven.

En ook zoo'n gezin kan geestelijk gezien nog geschonden zijn, door liefdeloosheid en verbittering, beschimmeld of verzuurd. Wat is het zeldzaam dat „allen saam voor God als Vader knielen en aan Zijn dienst zich ieder heeft gewijd". (Gez. 207:1). En als ze dan nog knielen in één Kerk! Ziet de stadspredikant zijn kaart enkast door, honderde gezinskaarten, tot twee a drieduizend toe, dan vindt hij enkele, heel enkele zulke gezinnen. Zijn eigen, wanneer hij bij uitzondering in zijn eigen wijk woont?

Sluiten