Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mand. Eén woord is het Woord geweest. De wind blaast waarheen hij wil. Zoo is het met hen die uit den Geest geboren zijn.

Toch was het apparaat noodig — Kerk en catechisatie, de klasse en de catecheet. De nuchtere, bijna vervelende werkelijkheid, waarin het wonder gebeuren ging.

Aan dat wonder ontleent alles zijn waarde. Het heele apparaat is niets zonder het moment, dat langer duurt dan een oogenblik en dat eerst later soms tot het bewustzijn doordringt.

De catecheet die dit weet lacht wat om de moeilijkheden die hier werden opgesomd. Het is geen zorgelooze lach, maar de fijne glimlach van een, die van overwinning kan verhalen. Wanneer nog eens een kerkeraad van deze dingen iets beseffen ging, hoe zou hij aan 't werk tijgen om de geleiding na te zien en te verbeteren waarlangs het wonder zijn weg wil nemen.

En de ouders wier oogen hiervoor zijn opengegaan zullen zeker de taak vinden om mee te werken, rustig en critisch, voortvarend en geduldig, meer zooals Abraham's knecht dan zooals Abraham's vrouw. Zij kon niet wachten en wilde op eigen manier Gods belofte vervullen, om later spotachtig te lachen toen God zelf aan 't werk ging. Maar Eliëzer lette op wat God deed. Dat is genoeg. Het is de hoogste activiteit.

Zoo zijn er waardevolle lichtpunten in de donkere massa, die catechisatie genoemd wordt. Er is veel vemarring, veel door elkaar loopen, veel misverstand, veel dilettantisme van menschen, die bevoegdheden hebben. Er is weinig begrip voor het onverantwoordelijke van deze opzettelijke desorganisatie.

Maar God gaat vrijmachtig Zijn weg en bereikt langs omwegen Zijn doel.

Daarbij is het voor menschen mogelijk trouw te zijn, ook bij gebrek aan behoorlijke hulpmiddelen, ook bij chaotische toestanden. Want het laatste hulpmiddel behoeft gelukkig niet te ontbreken, ook al liggen er geen bijbels in 't leslokaal; het Woord laten zij toch staan.

Het is goed dat wij de moeilijkheden, de onmogelijkheden eens recht in de oogen zien. Het is goed dat meer menschen daarvan weten. Zoo zal er misschien een gemeenschap groeien van hen die met uiterste inspanning zich aan dit werk geven en zeggen: „Toch blijven wij bouwen aan Gods Kerk". In stilte.

Sluiten