Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik hecht er veel waarde aan dat de kinderen van onze zondagsscholen de meest bekende verhalen goed leeren kennen — zóó dat zij ze nooit weer vergeten. — Voor een deel zal de kennis van Bijbelsche verhalen kunnen bijdragen tot de godsdienstige en zedelijke vorming van den jongen mensch, terwijl, ter andere zijde, de kennis van Bijbelverhalen, afgezien nog van alle religieuze vorming, van cultureele beteekenis is. Terecht wordt door de leiders van vele inrichtingen van onderwijs geklaagd over de geringe Bijbelkennis van hun leerlingen, die het verstaan en begrijpen van vele uitdrukkingen in onze met Bijbelwoorden zoo rijk gezegende taal onmogelijk maakt. Ook voor het verstaan van kunstwerken, o.a. op het gebied der schilderkunst en muziek is Bijbelkennis vaak onontbeerlijk, terwijl de reeds op de zondagsschool verkregen kennis van Bijbelsche verhalen een goede ondergrond vormt voor de catechisatie en tenslotte ook bij den kerkgang haar diensten kan bewijzen. Als derde voordeel van deze wijze van behandelen van een deel der Bijbelsche verhalen, waarbij

samenkomsten met kinderen in kleine groepjes telkens noodig is, buiten het zondagsschooluur, noem ik de gelegenheid om de kinderen beter te leeren kennen vooral door de wijze, waarop deze in het spel kunnen uiten wat in hen leeft. Ik wil hier nog de opmerking aan toevoegen, dat het gedramatiseerde Bijbelverhaal m.i. slechts eenmaal voor dat het spel opgevoerd wordt, gerepeteerd mag worden. Men mag er geen voorstelling, geen uitvoering van maken, maar moet steeds de gedachte voor oogen houden dat hier kinderen actief en expressief bezig zijn. Daarom mogen zij ook geen door de leider voorgeschreven dictie en actie aanleeren, maar moeten zij de dingen zeggen zooals zij zelve deze voelen en daarbij handelen zooals zij zelve in een eigengemaakt spel zouden handelen. Enkele raadgevingen, enkele opmerkingen, het wegnemen van beletselen, die een vrije uiting in den weg staan, zijn geoorloofd, ook omdat het publiek zijn rechten heeft en de kinderen goed moet kunnen verstaan en hun handelingen moet kunnen begrijpen.

Sluiten