Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENKELE BEZWAREN.

Nu kom ik tot enkele bezwaren, die zich doen gevoelen, bij het dramatiseeren van Bijbelverhalen.

De keuze is beperkt. Lang niet alle verhalen leenen zich tot dramatiseeren. Indien ge de Bijbelverhalen uit het Oude Testament eenigszins in volgorde wilt vertellen dan moet ge zeggen: Adam en Eva, Kam en Abel, de Zondvloed, Abraham en Isaac, nee dat gaat niet. Bij Ezau en Jacob komt ge dan eerst op een terrein, dat voor dramatiseering geschikt is, om vervolgens te belanden bij enkele tafereelen uit het leven van Jozef, b.v. Jozefs droom van de buigende korenschoven, de ontmoeting met zijn broers, die de meester-droomer in zijn kleurig kleed reeds van verre zien komen en hem vervolgens in de put werpen; de bevrijding van Jozef uit de put en de verkoop aan de vreemde kooplieden; de latere ontmoeting van Jozef en zijn broers enz. Ook de geschiedenis van Mozes geeft enkele geschikte tafereelen. Verder zou ik U, in een niet historisch gerang¬

schikte rij, willen noemen: Eliezer en Rebecca, de ontmoeting van Rebecca en Isaac, Jefta, Simson en Delila, Naomi en Ruth, tafereelen uit het leven der koningen b.v. David bij de slapende Saul, een tafereel dat ons eveneens op een der bekende Zondagsschool-platen voor oogen wordt gebracht, enz. Hoewel de geschikte verhalen niet onbelangrijk in aantal zijn, moet men toch van een beperkte keuze spreken.

Ook bij het Nieuwe Testament is de keuze

beperkt. Allereerst komen de gelijkenissen voor

dramatiseering in aanmerking. Verder enkele

tafereelen uit het leven der apostelen, ik denk

b.v. aan de verloochening van Petrus.

Al de verhalen, waarin Jezus optreedt, wil ik

uitsluiten. Ik zou niet aan een van de kinderen

de rol van Jezus willen geven.

Een tweede bezwaar is dat de toeschouwers soms

lachen waar men dit niet verwacht had en ook

eigenlijk niet wenscht.

Toen wij de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan opvoerden en de Samaritaan de arme gewonde man verbond en hem te drinken

Sluiten