Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukken. In 1891 bedroeg het totaal 9558 dollars, in 1926 was dit gestegen tot 1.961.717 dollars. En tijdens de diepste inzinking in 1926 was het toch altijd nog 416.000 dollars. Voor 1937 steeg het weer tot 500.400 dollars. Ondertusschen waren op tal van plaatsen der wereld groote Vereenigingsgebouwen gesticht, die een gezamenlijke waarde van 7.000.000 dollars vertegenwoordigden. En hiervan hadden de Noord-Amerikaansche Vereenigingen nog eens voor 3.800.000 dollars verstrekt. Sindsdien hebben ze voor dergelijke Gebouwen opnieuw meer dan 2.000.000 dollars bijeen gebracht. En diezelfde Vereenigingen offerden bovendien nog dikwijls en edelmoediglijk telkens wanneer er een beroep op haar werd gedaan voor de slachtoffers van hongers- of watersnood of van aardbevingen in China, Japan, het Nabije Oosten, of waar dan ook.

Misschien merkt iemand ietwat smalend op: Ja, goed. Zooveel cijfers en zooveel dollars, dat is nu eenmaal echt Amerikaansch! Iedereen heeft het recht zooiets te zeggen, wanneer hij zelf, zij het dan ook slechts naar verhouding, inderdaad soortgelijke offers gebracht heeft.

Maar bovendien bedenke hij nu ook eens welke offers aan tijd er gedurende deze halve eeuw van Zendingsarbeid wel gebracht moeten zijn, om dit werk te beginnen en ... om het door te zetten en vol te houdenl Hoeveel offers aan huiselijk geluk, gezondheid en familieleven tevens.

Toch meenen de belangrijkste leiders van heel het Amerikaansche C.J.M.V.-werk, dat juist deze zendingsarbeid er het meest toe bijgedragen heeft het geestelijk element van den Vereenigingsarbeid op peil te houden. En ze zijn er vast van overtuigd, dat hun C.J.M.V. in de dalende lijn zou komen, zoo haast zij haar handen van deze zendingstaak af trok.

Inderdaad Mount Hermon heeft wel vrucht gedragen!

Sluiten