Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Deensche deelneming aan het Wereldbondswerk dateert van 1908. Dertig jaar zijn sinds verloopen, maar die medewerking is al dien tijd ononderbroken doorgezet. Tusschen 1921 en 1931 onderhielden de Deensche CJ. M.V.'s gemiddeld 4 Beroepssecretarissen in buitenlandschen dienst. Dat beteekende een offer van rond 57.000 Deensche Kronen jaarlijks. Dit heele Deensche werk kenmerkt zich door tweeërlei. Ten eerste was men er bereid met andere Verbonden saam te werken, om voor gezamenlijke rekening een of meer Secretarissen uit te zenden. En waar het aantal nog braak liggende zendingsvelden, die reeds herhaaldelijk om hulp vroegen, nog steeds groot genoeg is, zou het zeker wenschelijk zijn, dat meer Nationale Verbonden ten deze eveneens samenwerking zochten. Niet alleen dat daarmee de roepende landen zouden worden gediend, maar ook voor de zendende Nationale Verbonden zelf is dergelijke arbeid altijd weer van buitengewone beteekenis gebleken. Rijke geestelijke zegen voor de C.J.M. V. die er aan mee doet, — de historie heeft dat wel uitgewezen, — volgt altijd. De tweede oorzaak van het welslagen der Deensche C.J.M.V.-zending is te vinden in het feit, dat zooveel leden der Vereenigingen elk persoonlijk daarvoor offeren. Juist het groote aantal kleinere bijdragen geeft den arbeid stabiliteit, terwijl zeer groote giften maar door de een of andere omstandigheid behoeven op te houden, of dadelijk komt heel een zendingspost in gevaar.

NOORWEGEN. Evenals de Deensche hebben ook de Noorsche Vereenigingen er altijd in de eerste plaats de voorkeur aan gegeven de bestaande Zendingsgenootschappen in eigen land te steunen. Desondanks vonden ze toch ook nog gelegenheid een tweetal buitenlandsche Beroepssecretarissen te steunen, die in China arbeidden. Op heden steunen zij het werk op Madagascar.

ZWEDEN. Ook de Zweedsche Vereenigingen hebben het Zendingswerk der Zweedsche Kerk sinds hun ontstaan steeds geholpen. Van de 840 zendelingen, van-

Sluiten