Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volleerden heeft God zich lof bereid." — Wij begrijpen ten minste, wat wij doen. Als wij druischend den lofzang omhoog heffen, dan kunnen wij die woorden ontleden. Als wij van de dingen Gods handelen, dan hebben wij een inzicht daarin. Als wij gebeden opzenden, dan weten wij, wat bidden is en wat wij vragen en wat wij bedoelen met dat woord. Maar een kind!

In den tekst vinden wij Overpriesters en Schriftgeleerden, om Jezus gegroept. Op een kleinen afstand liepen kinderen te zingen. Ze zongen, zooals dat kinderen doen, wat ze 's morgens van de groote menschen gehoord hadden: «Gezegend is Hij, die daar komt in den Naam des Heeren!" En de Schriftgeleerden vroegen Jezus: «Hoort gij wel, wat dezen zeggen?"

Ze hadden immers gelijk! Wat wisten die kinderen nu van »komen in den naam des Heeren," van beloften uit oude dagen, van een Messias, die ter redding kwam?

En gij kunt datzelfde nog altijd hooren.

Zal men een kind al leeren bidden? Het weet immers, niet, wat bidden is, en begrijpt niets van die moeilijkheden en vragen, die zich voor ons stellen, zoodra wij over » verhooring" spreken.

Zal men een kind al leeren zingen van Jezus, den Kindervriend? Maar het weet immers niets van die liederen terecht te brengen en kent den inhoud niet, in het geheel niet van »behoud" en «genade" en zonde."

Zal men een kind al vertellen van de groote daden Gods? Maar het heeft toch nog geen begrip van den Bijbel en weet van bijzondere openbaring niets en moest nog niet gemoeid worden in al die hooge, verborgen dingen.

Er is een klein stuksken waarheid in deze opmerkingen. Het is zonderling inderdaad, wat de kleinen soms zeggen. En ge moet wel eens glimlachen, als gij ze onderling bezig hoort, bezig met de dingen Gods.

Het kan gebeuren, dat ge, binnenkomend in een christelijk gezin, een christelijke school, een Zondagsschool, op eens zoudt

Sluiten