Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dermond, wat ontzag ons betaamt tegenover de Allerhoogste Majesteit. En dat Gode uit dien mond lof bereid is.

Hoe vertrouwend kunnen de kleinen bidden. Ze zeggen letterlijk alles en zij zijn gerust, als ze 't »Amen" gesproken hebben. — Dat doen wij, volwassenen, ook anders. "Wij verdeelen ons leven in twee deelen: een belangrijk deel — een .onbelangrijk deel. En over dat belangrijke spreken wij tot God. En zelf blijven wij torsen, zwoegen met die onbelangrijkheden, -die van zoo grooten invloed in ons leven zijn. Wij durven niet elke kleinigheid te zeggen: de kinderen zeggen alles.

En wij gelooven niet bij ons gebed. Onze ziel heeft zich uitgezucht voor den troon der genade. Wij- staan op. En wij nemen van den troon onze lasten weêr mee, mee in het leven. Maar een kind is rustig en ziet zoo stil u aan en zegt: »Ik heb immers den Heer gebeden!" Alsof dan de kalmte van zelf spreekt. Dan spreekt de kalmte ook van' zelf. En ik zeg, dat uit den mond dier kinderen Gode lof wordt bereid.

Maar als de tekst natuurlijk is, hoe troostvol is hij dan; dat is het derde. Er klimt een gebed op, een woord, een lied,

van kinderlippen en het wordt aangenomen omhoog. Dan

is hier de nederbuigende goedheid Gods. Dan ligt in dit woord van Christus een heenwijzing naar het Evangelie der vrije, ongehouden barmhartigheid Gods. Niet voor de kleinen alleen, bedoel ik; ook voor de grooten.

Wij wilden straks den afstand onmeetbaar achten tusschen den Eeuwigen Schepper en .... een wicht. Goed. Maar dan maakt het weinig verschil, of gij nu tien of twintig of dertig of zestig jaren ouder zijt. Denkt gij, dat zoo iets van invloed is voor den Eeuwige? Het is eigenlijk erger. Want toen wij uitgegroeid zijn uit onze kinderjaren, zijn de zonden uitgegroeid uit onze ziel. En sinds zijn onze daden besmet en onze woorden en onze gedachten. Wjj staan schuldig voor den hoogen God, bezoedeld voor den Heilige! En wij zullen niet naderen

Sluiten