Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot een machtig wereld verschijnsel. Hij toch zeide: „het jeugdig geslacht heeft men laten opgroeien als het wilde hout in de bosschen. Een ijverig en vroom schoolmeester is een man met geen goud te betalen. En wat mij aangaat, als ik niet kon of mocht prediken, wist ik niets aangenamer dan schoolmeester te zijn." En hij voegde bij het woord de daad: hij richtte op zijne wijze te Wittenberg Zondagsscholen op, en reeds in 1524 kon hij schrijven: „maar nu heeft God ons overrijkelijk bedeeld, en zulke luiden in menigte gegeven, die het jonge volkje fijn mögen onderwijzen en opvoeden." Maar hij liet dan ook op die mededeeling de ernstige vermaning volgen: „voorwaar, het is vannoode, dat wij deze genade Gods niet in den wind slaan en Hem niet tevergeefs laten aankloppen. Hij staat voor de deur. Welgelukzalig, zoo wij opendoen. Hij groet ons. Antwoorden wij niet op dezen groet, zoodat Hij moet voorbij gaan — wie zal Hem terughalen?" Hij had m. a. w. er een voorgevoel van, dat op dat gebied iets groots aanstaande was en men dus den voor God bestemden tijd niet ongebruikt mocht laten voorbij gaan.

Maar ondanks dit alles was de groote Hervormer toch meer voorlooper dan stichter van Zondagsscholen. Willen wij bij haar oorsprong stilstaan, dan moeten wij naar Engeland en worden wij op merkwaardige wijze herinnerd aan de vraag: „wie veracht den dag der kleine dingen?"

Ja, wonderlijk zijn de wegen Gods! De Zondagsschool is niet van de kerk uitgegaan, nog minder van den staat of eenige regeering, maar uit het volk zelf voortgekomen en haar oorprortg ligt — dat had zeker niemand vermoed! — in .... de gevangenis!

Vraagt gij, hoe?

Ziet in 1780 te Gloucester dien eenvoudigen boekdrukker Robert Raikes geheeten, die zonder dit te bevroeden, de stichter der Zondagsscholen is geworden.

Sluiten