Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Columbus". Dat hadden anderen ook wel kunnen doen. Dat hadden weêr anderen veel beter kunnen doen. Dat had de kerk wel kunnen doen, en zoo meer. Maar een feit is: niet al de Robert Nurksen met hun „kunnen doen" maar Robert Raikes met zijn „doen" heeft het gedaan en hij kon zeggen: „zóó moet gij het doen, daar staat het ei!" Of liever, hij heeft het gedaan in de kracht van zijn God. Hij wist zoowel den Koning en de Koningin als de geestelijken der staatskerk en de predikanten der meest verschillende kerkgenootschappen voor de zaak, die zijn gansche hart innam, te bezielen. De Koningin liet hem zelfs zeer graciëlijk op het koninklijk slot te Windsor ter audiëntie ontbieden, om uit zijn eigen mond het verhaal te hooren van het werk, dat te Gloucester begonnen was en zich over het land reeds had uitgebreid.

En zóó werd de oppositie gestild, die vooral van hoog-kerkelijke zijde, alle krachten had ingespannen, om „de nieuwigheid", „de onkerkelijke nieuwigheid" in de wieg, ja in de geboorte te smoren.

En wat verrassende zegen rustte op dat werk! Niet slechts was het spoedig te Gloucester op straat te zien, maar Raikes wist ook door middel van het door hem uitgegeven blad: „Het Gloucester Journaal" duizenden voor de Zondagsschool warm en geestdriftig te maken. In 1784 was er reeds eene te Londen en zeven jaren na de opening dier eerste in de St. Catharinastraat bezochten niet minder dan 250.000 kinderen in Engeland de Zondagsschool.

Toen in Juli 1880 het Zondagsschool-Eeuwfeest werd gevierd, kon niet alleen worden geconstateerd, dat de drie genootschappen, daaruit voortgekomen, bloeiden; de Zondagsschool-Vereeniging, het Londensch Traktaat genootschap en het Britsch- en Buitenlandsch Bijbelgenootschap, maar ook, dat er toen reeds ruim l}£ millioen Zondagsschool-onderwijzers op aarde waren,

Sluiten