Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekenis moet worden geacht, wat eens een hoogleeraar antwoordde op de vraag van Napoleon I, wat naar zijne meening het beste middel zou zijn, om den zedelijken toestand van Frankrijk te verheffen: „Sire! richt overal Zondagsscholen op. De Vereenigde Staten van Noord-Amerika hebben niet meer dan eenige duizenden vaste troepen; de Zondagsscholen sparen hun een machtig leger uit." Men behoeft waarlijk geen Professor of Minister van Oorlog te zijn, om reeds bij eenig nadenken te gevoelen, dat in dit woord een diepe waarheid verborgen is.

En zou dan de Zondagsschool niet vooral de Kerk ten goede gekomen zijn? Zien wij het bewijs daarvan vooral niet in ons vaderland? Is de Zondagsschool ten onzent eigenlijk niet de vrucht van 't Réveil, toen de Pinksterwind begon te waaien uit den hoek van Gods vrije genade en de Geest des Heeren onder zijne breede vleugelen schatten meêvoerde en aanbracht voor menig naar God dorstend zondaarshart ? Merkwaardige tijd, die van het hanengekraai in den morgenstond in de eerste helft der vorige eeuw! In Brussel Merle d' Aubigné — met eene zinspeling op diens naam: de merle d'aube, de merel van den morgenstond —■ hij begon: Groen van Prinsterer, de jonge jurist bij de legatie aldaar, hoorde hem en begon óók, en 't was als maakte de een den ander wakker. En Capadose begon, da Costa begon, Heldring begon, Feringa begon, eene ontwaking werd allerwegen gezien en vooral op het kind werd gelet. Ja, daar stonden de mannen van het Réveil, die de banier ontplooiden tegen het rationalisme en de neologie van hunne dagen, tegen de Groninger en de Leidsche richting in de theologie en nog later tegen het modernisme en het volslagen ongeloof, en het werd „een gansch zeer groote heirschaar". En wat de mannen, en ook de vrouwen, die aan de spits stonden in den strijd, in goudstukken uitgaven, brachten anderen weder in klein geld onder het volk en strooiden zij als leven-

Sluiten