Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T. M. Looman", de stichter der Zondagsscholen in ons vaderland — stichter niet in historischen maar in geestelijken zin, — ten jare 1895 op het Kerkelijke Congres te Amsterdam sprak? „Hoe zijn de tijden veranderd! Toen ik, nu juist 53 jaren geleden, geroepen werd in eene Zondagsschool Bijbelsch onderwijs te geven en hier op voorbeeld van Engeland Zondagsscholen verrezen, hoe bedenkelijk, onkerkelijk, ja gevaarlijk voor de Kerk werd dit geacht! En nu zijn er reeds kerkelijke Zondagsscholen en wordt dezelfde man geroepen, op een Kerkelijk Congres het onderwerp in te leiden: „de invloed van de Zondagsschool op het kerkelijk leven." Ja, dat was anders „Vader Looman!" dan toen gij er eerst niet weinig om werd gehekeld en bespot! Maar uw God heeft u ook de niet geringe eer geschonken, wat niet ieder te beurt valt, dat gij de rechtvaardiging van de zaak, waarvoor gij streedt, nog hebt beleefd, ja zelfs allerwegen zaagt erkend!

En vragen wij nu nog, wat de Zondagsschool dan bedoelt? Wij beginnen ten volle de opmerking te beamen, van bevoegde zijde gedaan: „hare benaming is onjuist, omdat het woord „school" doet denken aan een wettische tucht, aan inrichtingen, waarvan onderwijs het doel en wet het middel is. Haar doel is den kinderen des Zondags als een heiligen dag des Heeren, een feestdag te doen beschouwen. Daarom moet een Zondagsschool niet het karakter J) hebben van een school, maar van een eeredienst".

Neen, een school is zij niet, maar veeleer een kerk, ofschoon zij ook dat niet volkomen is; zij is een „Kindergodsdienst", zooals de Duitschers zeggen; wat de kerk moet zijn voor den volwassen mensen, wil de Zondagsschool zijn voor het kind,. dat, daarheen gaande, van ganscher harte moet kunnen zeggen: ik ga naar mijn „Zondag-tehuis". Het rechte woord, den !) Prof. D. Chantepie de la Saussaye.

Sluiten