Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelisten, chr. onderwijzers, zendelingen, diakonen, diakonessen en allen, die ambtswege arbeiden in den grooten wijngaard des Heeren. Maar onderscheiden van hen zijn er ook, die naast hun beroep eene roeping gevoelen tot een specialen arbeid in Gods Koninkrijk en dat zijn in 't algemeen de onderwijzers en de onderwijzeressen op de Zondagsschool. Dat zijn zij, die de vraag: „wie veracht den dag der kleine dingen?" ook in dezen zin verstaan: wie veracht een kind, omdat het klein is?... . ik word juist door den arbeid onder kinderen geroepen tot een grootsch en allergewichtigst werk in het Koninkrijk Gods.

Zij, die deze roeping van God ontvingen en den drang huns harten volgen, staan met dit levendig bewustzijn voor hunne klas, met dit brandend gevoel: „ik die zelf gered ben mag redder zijn; ik moet dat kind niet maar leeren gehoorzaam te zijn aan ouders, onderwijzers en al de over ons gestelde machten, maar ik moet den greep doen in het eeuwige, dat ook in het kinderhart gelegd is, ik moet het in Gods kracht bevrijden van de banden, waarmede het door den Booze reeds wordt omstrikt, ik moet dat pareltje opdiepen uit het slijk der zonde, opdat het gereinigd, van smet ontdaan, eenmaal prijke aan de kroon des Middelaars. Van Michel Angelo, den beroemden beeldhouwer, wordt verhaald, dat hij eenmaal op een stuk marmer tijden achtereen zat te turen en eindelijk uitriep: „ik heb mijn engel gevonden!" en dezen onmiddellijk van zijne boeien ging bevrijden. Hij hamerde en klopte, ciseleerde en fatsoeneerde zóólang, dat hij het koude marmer had bezield, zijn ideaal als uit de nevelen te voorschijn kwam en het beeld, dat hij had ontdekt, als een levend wezen vóór hem stond. Iets dergelijks moet den onderwijzer vervullen, bezielen, besturen, als hij staat voor zijn klas en met zijn reddingswerk begint.

Maar nu de ernstige vraag: hebben onze Zondagsschoolonderwijzers en -onderwijzeressen allen dat ideaal, loopen

Sluiten