Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kinderen voorhoudt, is hij dan niet bezig zijn eigen werk af te breken ? Wie . Gods Dag ontheiligt, de prediking van Gods Woord veracht, de Kerk verzuimt, door opschik of levenswijze de mode van de wereld volgt, ook niet op tijd in de school op zijn post is en in 't algemeen door zijn wandel bewijst, dat hij zelf niet een christen is, heeft het zich zeiven te wijten, dat zijne leerlingen eenmaal zijne aanklagers worden. En ontzettender gedachte is er zeker niet! In dat licht bezien, wordt het Zondagsschool-onderwijs een hoogst verantwoordelijk werk. Persoonlijke, levende, werkzame godsvrucht is een levenskwestie voor de Zondagsscholen.

Daarom eindigen wij niet zonder een woord afzonderlijk tot hen te richten, die zich hebben gegeven aan dat werk in onze steden en dorpen.

De onderwijzers in de steden hebben over het algemeen, wat de lokalen, de hulpmiddelen, de gelegenheden om zich voor te bereiden betreft, zich minder te beklagen dan de dorpelingen. Maar voor hen dreigt een ander gevaar: zij gaan zoo licht in de menigte op, de drukte in de steden leidt zoo spoedig af en de behoefte aan geschikte, trouwe, ernstige onderwijzers en onderwijzeressen is daar zoo bedroevend groot.

Ook breidt zich, Gode zij dank! de arbeid der inwendige zending uit, zoodat menigeen, al zoude hij willen, zich niet geven kan aan dat werk. Maar wat is dan noodiger dan om uit de beste leerlingen assistenten te vormen, die later mede deze heerlijke taak verrichten en, gelijk nu eenige lofwaardige voorbeelden dat toonen, hun of haar geheele leven gaan wijden aan den bloei der Zondagsschool. In de hoofdstad des rijks en ook elders zijn reeds gewaardeerde broeders en zusters, die aan kinderen van het tweede, misschien wel reeds van het derde geslacht vertellen van den Heiland, die kinderen tot de zaligheid roept. „Veracht dan den dag der kleine dingen niet!"

Sluiten