Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En opdat deze allen hun ambt naarstiglijk mogen „doen, zullen de Christelijke magistraten verzocht ,,worden, een zoo heilig en noodig werk door hunne „authoriteit te bevorderen, en zullen voorts al dengenen, wien het opzicht en het bezoeken der kerken „en scholen bevolen is, vermaand worden, dat zij inzonderheid over dit stuk zorge willen dragen."

In 't verdere van deze bepalingen wordt dan nader toegelicht, op welke wijze en tot welk doel elk dezer catechisaties behoort gehouden te worden.

Nu zijn voorzeker in den loop der eeuwen de omstandigheden en verhoudingen dusdanig gewijzigd, dat genoemde bepalingen niet onveranderd gehandhaafd kunnen worden. Vooreerst valt controle van de zijde der Overheid niet uit te oefenen. En wat de school betreft, deze neemt nu een gansch andere plaats in het Christelijk volksleven in dan voorheen. De relatie met de Kerk, in den zin van vroeger, bestaat niet meer en derhalve draagt thans de zoogenaamde school-catechisatie niet 'dat cachet, dat onze vaderen er aan gaven.

Maar deze opmerkingen laten toch het wezen en het bestaan der drieërlei catechisatie onaangetast.

Ook heden ten dage is er de kerkelijke of ambtelijke catechisatie, welke ten doel heeft de kinderen des Verbonds door onderwijzing in de leer der waarheid te vormen tot mondige leden van Christus' Kerk.

Voorts is er de schoo/-catechisatie, beter gezegd: het Bijbelsch onderwijs op de Christelijke Scholen, dat hoofdzakelijk zich richt op de historische gedeelten der H. Schrift, en aldus zegenend op het verstand en gemoed van de jeugd tracht in te werken.

En eindelijk is er het gezins-onderricht of de huiscatechisatie, welker taak en doel zoo schoon beschreven staat in het reeds aangehaald Synodaal artikel van 1618, en dat als volgt luidt:

„Het ambt der ouderen is, thuis hunne kinderen en ook het gansche huisgezin, hun toebetrouwd, in de beginselen der Christelijke religie op het vlijtigst naar

Sluiten