Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Beth-El is, waar God woont, en een Pniël, waar gij met Hem in den gebede worstelt om het behoud van U en van „de moeder met de zonen". Gen. 32 : 17.

Is het U niet alsof ge zulk een godvruchtig gezin, in al zijn geestelijke schittering voor U ziet, wanneer ge het woord van Paulus aan Timotheüs leest: „Ik dank God.... als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in U is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunice, en ik ben verzekerd, dat het ook in U woont." 2 Tim. 1 : 5.

Laat daarom, vaders en moeders, die genade U tot heilige jaloerschheid verwekken, en U dringen tot den zegenrijken arbeid van huiscatechisatie.

Maar de Heere geeft niet alleen genade, Hij geeft ook eere.

Eigenlijk is die genade tegelijk ook eere. Uw kinderen te mogen opvoeden in de vreeze des Heeren, mede-arbeiders Gods in het werk der huiscatechisatie te mogen zijn is reeds een hooge eere. De Heere heeft niet van noode door menschenhanden gediend te worden, als iets behoevende. Hij kan, naar zijn almacht gerekend, uw hulp volkomen missen. Doch naar zijn goedertierenheid over u, wil Hij van uw krachten, uw gaven, uw" talenten gebruik maken.- Onze Vaderen noemden dat: „verwaardigd worden het te mogen doen." En zoo is het metterdaad. Waardigheid om met die taak belast te worden, bezit gij niet. Gij hebt uit uzelven niets dan zonde, zwakheid en gebrek; maar nu behaagt het den Heere u te yerwaardigen, door u bij het opdragen van die taak ook de toezegging te doen, dat alles wat ge tot de volbrenging van dien arbeid behoeft, bij Hem te bekomen is. En dus is_ de roeping tot huiscatechisatie een eeregewaad, een sierkleed, waarmede de Koning zijner kerk u omhangt.

Het Oud-Testamentisch Bondsvolk verstond dat reeds. Zaad kweeken voor Gods Koninkrijk was in Israël een onvergankelijke eere.

Sluiten