Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. DE PRAKTIJK VAN HUISCATECHISATIE.

De dochter mijns volks is als een wreede geworden; de kinderen eischen brood, en er is niemand, die het hun mededeelt. Klaagl. 4 : 3, 4.

Huiscatechisatie is een eisch des Heeren. Huiscatechisatie ontleent haar klem aan uw doopbelofte.

Huiscatechisatie heeft onschatbare waarde.

Huiscatechisatie brengt een zegen mede voor huisgezin en kerk.

Na deze vier belangrijke zaken onder de oogen gezien te hebben, moest het eigenlijk voor de hand liggen nu een vijfde hoofdstuk te wijden aan den bloei van huiscatechisatie.

Helaas! we kunnen dat niet doen. De praktijk van huiscatechisatie wijst uit, dat er bij dit instituut van „bloei" geen sprake is.

Reeds tientallen jaren werd in Gereformeerde kringen het sterk vermoeden uitgesproken dat het met de huiscatechisatie niet ging naar behooren.

In oude jaargangen van „De Heraut", in „E Voto , en vooral in zijn „Drie kleine vossen" beschuldigt Dr. Kuyper de ouders van groote nalatigheid in deze, en zegt, „dat er niet vele vaders en moeders zijn,clie ten deze hun plicht op ernstige wijze vervullen."

In 1899 klaagde Ds. J. P. Tazelaar van Weesp: „Het is zoo droevig en toch zoo waar, dat menig christelijk huisvader, zich met zijn kinderen eigenlijk

nooit bemoeit In verreweg de meeste huisgezinnen

wordt geen kwartier in de week opzettelijk aan de kinderen gewijd. En behoorde dat niet alle dagen te geschieden? Een ieder onderzoeke zichzelven — en hij zal beschaamd staan." «,« .«_

In 1900 schreef Dr. L. H. Wagenaar van Middelburg

Sluiten