Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 'het centrum der kerk bevinden zich de ideaal-Geref. gezinnen ; de gezinnen, waar de Godsvrucht tastbaar is, en waar de opvoeding der kinderen dm de vreeze des Heeren nauwgezet plaats vindt.

Om het centrum heen vormt zich een kring van gezinnen, waar óók de Heere gevreesd wordt, maar waar gebrek aan kennis, bekwaamheid, tact en vrijmoedigheid oorzaak is, dat de kinderen niet de zielszorg en de geestelijke leiding ontvangen, die ze noodig hebben.

Nog weer verder van het centrum verwijderd, treft ge een kring aan van gezinnen, 'die ook onder de regelmatige kunnen gerangschikt worden, doch met deze afwijking, dat zich ten opzichte van de opvoeding der kinderen een zekere geestelijke traagheid openbaart. De kinderen worden aan hun lot overgelaten en moeten geestelijk verkommeren. Het zijn Christenen, die zich zeer gemakzuchtig gedragen ; geestelijk slaperig en ingezonken zijn, en waar de ijver om God te dienen aanmerkelijk verslapt is.

Daaromheen as een nog wijder kring, die dus al meer den omtrek nadert. Deze kring wordt gevormd door gezinnen, die gebouwd zijn uit gemengde huwelijken. Kerkelijke hartstochten en stokpaardjes verlammen het geestelijk leven ; maken huiselijk godsdienstonderricht onmogelijk, en de 'kinderen zijm er de dupe van.

En eindelijk hebt ge de gezinnen, die geheel aan den omtrek van den cirkel leven ; aan den zoom der kerk; de zoogenaamde kant-leden. Ze behooren nog tot de kerk, ja, maar als ze geen lid waren, zouden ze het niet meer worden. Ze hebben feitelijk met de kerk gebroken, al staat hun naam mog in het lidmatenboek. Bij hen is verregaande onverschilligheid t.o.v. de godsdienstige opvoeding hunner kinderen te constateeren. Zulke ouders onderwijzen hun kinderen niet; ze kunnen het niet; ze zijn zelf zoo geesteloos en blind, dat ze hun kinderen den weg des heils niet kunnen en niet willen wijzen. Ze zijn „natuurlijke menschen, die niet verstaan de dingen, die des Geestes Gods zijn", en ze kunnen ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. — 1 Cor. 2 : 14.

Zoo blijkt dan, dat lang niet alle Geref. gezinnen in het centrum

Sluiten