Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst dan de vraag: wat de Zondag is in de kringen, waaruit onze Zondagsschoolkinderen komen. En deze vraag raakt niet slechts de Zondagspractijk, maar de geheele Zondagsbeschouwing. Ze is niet alleen practisch van aard, maar raakt het principe van den Zondag. Tusschen geloof en ongeloof ligt principieel de scheidslijn van den Dag des Heeren. Hier botst niet slechts tweeërlei zede, niet alleen verschillend besteden van een bepaalden dag; wat hier tegen elkaar opbotst, zijn twee beginselen, diepe en vérstrekkende principes, de Zondagsbeschouwing zelf. De vraag, wat die dag is, dien wij Zondag noemen.

Hier botsen Christendom en heidendom. God de Heere heeft een bepaalden dag gezegend en geheiligd als Zijn dag, den Sabbat, den Dag des Heeren, de heenwijzing naar den Sabbat der eeuwigheid, naar wat Paulus triumfeerend en vol hijgend verlangen noemt: dien dag, den Sabba*. waarover geen avond méér daalt.

Die dag des Heeren, naar heidensche benoeming nog steeds Zondag in onze samenleving genoemd, is eert teeken des Heeren een profetie, dat Jezus Christus triumfeeren zal; dat Zijn Kerk het winnen zal; dat het slot der geschiedenis worden zal de glorie van het Koninkrijk Gods; een stempel, dat de Heere op dien dag, en daardoor op alle dagen, heeft gelegd.

Het is dan immers niet te verwonderen, dat al wat den strijd aanbond tegen God en tegen Zijn Koninkrijk, ook tegen dien dag zich heeft gekeerd. Die dag des Heeren was steeds speciaal gebonden aan de bizondere openbaring. Terwijl van de ingeschapen wet nog sporen in het volkenleven, zelfs onder de heidenen, te vinden zijn, *s van den Sabbat buiten den kring der bizondere openbaring nergens een spoor te vinden. De Dag des Heeren is gebonden aan het Woord van God. Al wat daarom van dat Woord afdwaalt, verlaat dien dag. En steeds, wanneer de worsteling om de Kerk en tegen de Kerk en tegen den Christus Gods een hoogtepunt bereikte, een cnsispunt, dan werd ook steeds een felle aanslag op den dag des Heeren beraamd.

Ik wijs U op de kalenderindeeling der Fransche Revolutie, waarin elke maand van dertig dagen verdeeld werd m drie decaden van tien dagen elk. En ik herinner u aan den kalender van de Sovjets in Rusland, waarin de maanden verdeeld zijn in zes stukken van vijf dagen elk; den Zaterdag en den Zondag heeft men zoo laten vervallen; elke vijfde dag is tot rustdag gemaakt.

Sluiten