Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier voelt ge wel: hier wordt niet gevochten tegen een als onbruikbaar bewezen maatschappelijke ordening: hier gaat het uit princiep, tegen een princiep. De dag des Heeren moet weg.

Natuurlijk. Revolutie en ongeloof behooren immers saam. Als dan de Revolutie den kop opsteekt en de macht te grijpen weet, dan wordt de strijd aangebonden tegen God en Zijn Woord en Zijn Kerk — en tegen Zijn dag!

Het zevende gebod raakt het hart van alle zedelijkheid; de vierde het hart der Religie; tegen beide, godsdienst en zedelijkheid, keert zich in de Revolutie de geest uit den afgrond, om God zelf naar de kroon te steken. En daarom moet de dag des Heeren weg, en uit de rij der maatschappelijke ordeningen worden weggewischt.

Zoo is, wat te dezen opzichte zich openbaart in het leven van dezen tijd, niet alleen maar neutrale verslapping, niet slechts beginsellooze minachtng van den dag des Heeren. O neen, hier staat princiep tegenover princiep. Hier openbaart zich de geest uit den afgrond, die, omdat hij den strijd aanbond tegen God en tegen alle Religie, den dienst van God wil treffen in het hart, door dien dag uit te wisschen, tot er geen spoor meer overbleef van wat zoo luid week aan week herinnert aan het beslag, dat God legt ook op het publieke leven door den wekelijkschen rustdag op den dag, dat onze Heere is opgestaan.

En wat dus nu aan de orde wordt gesteld, is niet slechts de vraag, in hoeverre de hedendaagsche Zondagsverwording een goeden gang van het Zondagsschoolwerk in den weg staat. O neen, hier strijdt de Kerk des Heeren voor den dag des Heeren; voor een stuk van haar leven, wat ze niet missen kan, en wat, werd het haar ontnomen, haar bestaan zelf met den dood bedreigen zou.

Of, nu we dien geest in verband hebben te zien met het immers evangeliseerende werk van de Zondagsschool, kan het veel breeder worden gezien: hier worstelt de Kerk om het behoud van het Christelijke stempel, dat historisch nog over ons volksleven ligt gedrukt. En niet alleen dat.

De strijd om den Zondag, de worsteling over de vraag, of naar zijn wezen de eerste dag der week zal zijn een heidensche Zondag of een Christelijke dag des Heeren — die strijd is een stuk van de worsteling om het volk van Nederland, waarvan nog althans een deel is gedoopt, maar vervreemd van de kennis Gods, terug te roepen tot den God der vaderen en tot het

Sluiten