Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buigen voor den gekruisten Christus en de zaligheid, die in Hem voor de verzonken wereld ligt.

Op het erf . van ons volk, en van heel de zich nog Christelijk noemende wereld worstelen de Geest, die uit God is, en de geest uit den afgrond om de heerschappij van zonde of genade; de vraag wordt uitgestreden, wie het regiment hebben zal. En deel van dien grooten, feilen strijd is de strijd om het behouden, en, voor wat de Zondagsschool en heel de Evangelisatie betreft, om het terugwinnen van den Zondag als dag des Heeren. Voor het zegevieren van den anti-christelijken geest is de Christelijke Zondag een principieele belemmering! En dies is de Zondagsschool, die heel eenvoudige, schijnbaar onbeteekenende Zondagsschool, een der vele bolwerken in den strijd des Heeren, niet het minst door het feit, dat ze Zondagsschool

is. .

En — die Zondagsschool wordt, feller dan ooit tevoren m de anderhalve eeuw van haar bestaan, heden gewaar, dat ook op haar terrein de bittere strijd om den dag des Heeren gestreden wordt. Dat is het, wat nu wordt overdacht.

Want, en daarmee kom ik tot het tweede, wat ik zeggen wil, het kind, dat de Zondagsschool bezoekt, ondergaat den invloed van dien verbitterden strijd. Het leeft in het milieu, waar de dag des Heeren bestreden wordt. Het ademt in de sfeer dier wereld, die den dag des Heeren niet kent. Het ruikt den kruitdamp dezer geestelijke worsteling, al is het min of meer onbewust. Het tweede dus, waarbij we een oogenblik stilstaan, betreft den invloed, dien het Zondagsschoolkind van deze hedendaagsche Zondagsbeschouwing ondergaat.

Hèt Zondagsschoolkind. Zoo te zeggen, is natuurlijk tot op zekere hoogte onjuist en onbillijk, omdat het een algemeenheid is. Het kind is anders, naarmate het een kind is uit de stad of uit het dorp; uit den gegoeden stand of uit meer eenvoudige en zelfs arme kringen van slop èn steeg; uit een omgeving en een gezin, waar nog iets bleef van den Christelijken geest of uit een gezin, waar met allen godsdienst radicaal gebroken werd.

Ge gevoelt, dat dus hèt Zondagsschoolkind een algemeenheid is, die niet bestaat.

Maar toch kan hier in het algemeen iets worden gezegd in verband met dit onderwerp. Waartoe ik een drievoudige opmerking wil maken. In de eerste plaats aangaande het religieuze verschil tusschen de kinderen der Zondagsschool; er zijn gezinnen en dus kinderen, die den Zondag, zij het alleen uit de macht der traditie, nog eenigszins waardeeren, en ten

Sluiten