Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstig gezin komt, maar door haar huwelijk met een ongeloovige afgedwaald; dan gebeurt het, dat moeder stilletjes de kinderen stuurt, en in afwezigheid van den vader de kinderen oyer laat vertellen het verhaal van de Zondagsschool — de oude klanken spreken misschien de verdoolde ziel nog toe.

Maar overigens: kinderen uit principieel vijandige gezinnen komen niet veel. De grenzen zijn daar scherp en welbewust getrokken; daar heeft men uit principe met God afgedaan.

De andere groep is die der geestelijk onverschilligen en onkundigen. Daaruit vooral betrekken de meeste Zondagsscholen het contingent hunner leerlingen. Dat zijn de menschen, voor wie God practisch niet bestaat; „de Heere doet geen goed en Hij doet geen kwaad". Dat zijn de overgroote meerderheid der gezinnen, waaruit onze kinderen voor de Zondagsscholen komen. En daardoor is er nog zulk een groot getal van leerlingen, dat onze Zondagsscholen bevolkt. Maar het is de vraag, of het zoo blijven zal; of niet het veldwinnende principiëele ongeloof het van de onverschillige onkunde winnen zal.

Zonder twijfel doet de wijze van Zondagsviering in de gezinnen onzer leerlingen aan het bezoek onzer Zondagsscholen groote schade. Op allerlei manier. De menschen moeten vroeg eten voor den voetbalwedstrijd of, om naar Scheveningen te kunnen gaan. Dan vragen de kinderen, of ze wat vroeger weg mogen gaan, om dat alles niet te missen. Of ze blijven dat keer weg. Er zijn kinderen, die slechts om de veertien dagen komen; op de andere Zondagen is er verhindering door voetbal of iets dergelijks. In den zomer vooral blijven vele leerlingen vaak weg om al de opgesomde genoegens te kunnen smaken. In den zomer doolt een betrekkelijk hoog percentage van de Zondagsschool weg, om straks tegen het najaar, als op straat of aan het strand of in het bosch niet meer te genieten valt, weer terug te keeren.

Zóó is het probleem van den Zondag zelf, waarmee de Zondagsschool te kampen heeft. Veelzijdig en veelkleurig. Maar, ge hebt reeds ontdekt, in het algemeen is het van tweeërlei aard: practisch en principiëel.

Practisch, voorzoover het den geregelden gang van het Zondagsschoolleven in den weg staat en groote schade doet. Dat is de ééne zijde, het ééne bezwaar, dat we terdege onder de oogen hebben te zien.

Maar het andere is erger, het meerdere: het geheel uitgesleten zijn of worden van alle inzicht en kennis van den Zondag als dag des Heeren. Niet alleen, dat de Zondagsschool schade

Sluiten