Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bidt gij maar met de een uur per week aan U toevertrouwde kinderzielen. Legt hun maar die oude psalmen op de lippen. Door dat gewone, dat niets bizondere, dat eenvoudige en gebrekkige zal Jezus de Koning Zijn gekochten toebrengen ook uit de plaats, waar gij arbeiden moogt.

Want wij behoeven geen zielen te winnen met methoden en nieuwe manieren. Wij doen het niet, maar Hij is het, Jezus alleen. En wat gij doet, is dit, dat gij ze leiden moogt tot Hem; dat gij die zieltjes een uur lang poogt te brengen in of bij de sfeer van het heilige, waar Jezus rondwandelt, waar de kinderen even den voetstap hooren van Hem en het ruischen van de gangen van den Geest des Heeren. Dat doet de eenvoudigste Zondagsschoolonderwijzer en -onderwijzeres. En in dat doen reeds strijden ze den strijd van Immanuel voor den dag des Heeren, en door wat Paulus noemt: dien dag!

Daaraan worde echter een tweede opmerking vastgeknoopt. Dat eenvoudige arbeiden beteekent niet, dat onze Zondagsschool nu maar de oogen mag sluiten voor de gevaren, de bizondere nooden van den tijd; dus, in dit geval, voor de verwording van des Heeren dag. Geestelijke luiheid is geen trouw. De oogen sluiten is geen ijver. Het brengen van het oude Woord vraagt steeds het zoeken van nieuwe vormen en het zich naar vermogen aanpassen aan de vragen van den tijd.

Daar is nu ten eerste het besproken verschijnsel, dat door de hedendaagsche Zondagsviering en haar dagverdeeling het bezoek der leerlingen in het gedrang komt. Daarmee moet de Zondagsschool rekening houden. Dat kan in het algemeen door verzet of door toegeven. Een jongen vraagt eerder te mogen vertrekken om naar den voetbalwedstrijd te mogen gaan. Wal nu? Verzet of toegeven? Ik denk: eerst zien wat met verzet te bereiken zou zijn. Met het door de Zondagsschool steeds en getrouw geleerde en geïllustreerde gebod van Zondagsheiliging. Met het onderzoeken, of op dat gebod de consciëntie ook reageert, wanneer de leerling door den voetbalwedstrijd bij te wonen den dag des Heeren zou gaan ontheiligen. Blijkt dat het geval te zijn, dan kan men vermoedelijk langzaam het pleit gaan voeren voor het terwille van Gods gebod zichzelf verloochenen. Natuurlijk helpt hier geen verbod, gegeven in den vorm, waarin we het aan onze eigen kinderen plegen te stellen, omdat bij dit kind der Zondagsschool immers ontbreekt, wat uw kind heeft: het besef van de verplichtng tot gehoorzaamheid om des Heeren wil. Maar hier zou kunnen worden gedaan een beroep op hart en geweten van het Zon-

Sluiten